Nr.
6 Nieuwsbrief Kwaliteitsregister Tolken en Vertalers juni
2004
Verklaring omtrent het gedrag
Deze maand hebben de ingeschreven tolken
en vertalers een brief ontvangen van het
Kwaliteitsregister met het verzoek een
Verklaring omtrent het gedrag (Vog) aan te leveren.
Ondanks een zorgvuldige voorbereiding
van de brief is er toch veel verwarring
ontstaan onder de tolken en vertalers.
In een aantal brieven stond helemaal onderaan
dat men een tweede bijlage (aanvraagformulier
legitimatiebewijs) zou aantreffen. Door
een fout is deze zin in de brief blijven staan;
waarvoor onze excuses. Het aanvraagformulier
voor het legitimatiebewijs wordt toegezonden
enige tijd nadat wij de Vog hebben ontvangen.
Het is dus juist dat het niet als bijlage
bij de brief van 9 juni was ingesloten.
Ook de standaardbrief, ondertekend door de
coördinator van het Kwaliteitsregister, zorgde
voor veel verwarring, met name bij de
gemeenten. Deze standaardbrief was
opgesteld in samenspraak met het Ministerie
van Justitie en het COVOG (Centraal Orgaan
Verklaring omtrent het gedrag) en zou de
onderdelen 2, 3 en 4 van het aanvraagformulier
Vog kunnen vervangen. Uit de vele telefoontjes
van tolken en vertalers hierover bleek
de praktijk weerbarstiger dan de theorie. Vele
gemeenten accepteren de standaardbrief niet,
waardoor mensen met lege handen blijven
staan.
In dezelfde standaardbrief werd ook gesproken
over een “algemeen screeningsprofiel”.
Dit bleek niet door de gemeenten gekozen te
kunnen worden. Uiteindelijk hebben Justitie
en het Kwaliteitsregister gekozen voor screeningsprofiel
55 (Juridische dienstverlening).
Ook het COVOG is hiervan op de hoogte.
Mocht men zich in verbinding willen stellen
met deze organisatie, dan kan dat via (070)
370 72 22.
Om deze problematiek op te lossen heeft het
kwaliteitsregister alsnog een reeds ingevuld
aanvraagformulier Vog beschikbaar gesteld.
Deze is via www.ktv.rvr.org te downloaden
(pdf-formaat). Ook is het aanvraagformulier
op te vragen in jpg-formaat via ktvinfo
@htb.rvr.org.
Er kwamen ook veel vragen binnen over Vog’ s
van vóór 1 april 2004. Een flink aantal tolken
en vertalers had reeds voor deze datum een
Vog aangevraagd voor bijvoorbeeld hun
werkgever. Helaas accepteert het
Kwaliteitsregister enkel originele Vog’s
afgegeven op of na 1 april 2004. Op deze
datum is de wet hieromtrent namelijk gewijzigd
en kan er in meerdere justitiële registers
gekeken worden of iemand antecedenten
heeft. Deze verklaring is derhalve completer.
Een klein deel van de tolken en vertalers die in
het Kwaliteitsregister staan ingeschreven, is
woonachtig in het buitenland. In de meeste
Europese landen bestaat een equivalent van
de Vog; deze kan men bij het Kwaliteitsregister
aanleveren. Indien men in het land waar men
woonachtig is geen Vog kan verkrijgen, kan
contact opgenomen worden met het
Kwaliteitsregister via de bekende kanalen.

Legitimatiebewijs
Na al het gepraat en gelees
over het legitimatiebewijs is
het natuurlijk leuk om alvast
een voorproefje te krijgen
hoe het eruit gaat zien.
Hierbij presenteren wij
voor- en achterzijde van het
legitimatiebewijs:
Enige tijd nadat wij de Vog
hebben ontvangen, krijgen
de tolken en vertalers een
aanvraagformulier voor het
legitimatiebewijs toegestuurd.
Met een pasfoto en
handtekening kan dit formulier
weer naar het
Kwaliteitsregister gestuurd
worden. Enkele weken later
krijgt men het legitimatiebewijs
toegezonden. |  |

Internetregister
Vanaf 1 april kunnen afnemers binnen de justitiekring
via internet het Kwaliteitsregister
raadplegen. De eerste twee maanden betrof
het een pilot; de afnemers hadden de gelegenheid
het register uit te proberen en konden
suggesties voor verbeteringen aan het
Kwaliteitsregister doorgeven. Tevens werden
er gedurende de maanden april en mei ook
nog Excellijsten gestuurd. Inmiddels wordt dit
niet meer gedaan.
Nu de pilotperiode is afgelopen, zullen de
suggesties worden bekeken en verwerkt. Naar
verwachting zullen wij binnen enkele maanden
een aangepast register kunnen presenteren.
Reacties voor verbetering van het register
zijn nog steeds welkom!
Een aantal afnemers dat voorheen onze
Excellijsten ontving, heeft zich nog niet als
gebruiker aangemeld voor het internetregister.
Dit kan echter nog steeds. Indien medewerkers
van justitiële instellingen in aanmerking
willen komen voor inzage in het register, kan
hiertoe een e-mail gestuurd worden naar ktvinfo@
htb.rvr.org met de volgende gegevens:
• Naam van de aanvrager
• Gepersonaliseerd e-mailadres van de aanvrager
• Rechtstreeks telefoonnummer van de aanvrager
• Functie van de aanvrager
De volgende afnemers binnen de justitiekring
kunnen een aanvraag voor inzage in het register
doen: Gerechten, IND, Politie, Marechaussee,
Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI),
Raad voor de Kinderbescherming (RvdK) en
Reclassering.

Wetsvoorstel gerechtstolk en beëdigd vertaler
In de vorige Babylon bent u geïnformeerd over
het wetsvoorstel gerechtstolk en beëdigd vertaler.
Inmiddels is de consultatietermijn verstreken.
De Nederlandse Vereniging voor Rechtspraak,
de Nederlandse Orde van Advocaten, de
Vereniging van SIGV-gerechtstolken en
juridisch vertalers, de Consumentenbond, de
Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie, het
Kernteam kwaliteitseisen tolken en vertalers,
de ITV-Hogeschool voor tolken en vertalen en
de Klachtenadviescommissie Tolken van de
Immigratie- en Naturalisatiedienst hebben
advies uitgebracht. Voorts heeft een aantal
tolken, vertalers, rechters en wetenschappers
op persoonlijke titel inbreng geleverd. Al deze
instanties en personen ondersteunen het
stellen van nieuwe regels met betrekking tot
de beëdiging, de kwaliteit en de integriteit van
beëdigd vertalers en van tolken die werkzaam
zijn binnen het domein van politie en justitie.
In de adviezen worden suggesties gedaan ten
aanzien van versterking van de aandacht voor
de integriteit, de afnameverplichting, de
beëdiging en de te stellen kwaliteitseisen.
Deze suggesties zijn waar mogelijk
overgenomen. Het is de verwachting dat het
wetsvoorstel in de zomer ter advisering aan de
Raad van State gezonden kan worden.
Op de KTV-internetsite (www.ktv.rvr.org) staat
het wetsvoorstel (van vóór de consultatieronde)
gepubliceerd. Zodra het
wetsvoorstel bij de Tweede Kamer wordt ingediend,
zal deze aangepaste versie op de website
geplaatst worden. Naar verwachting zal
dat ergens dit najaar plaatsvinden.
Tussentijdse aanpassing is niet mogelijk in
verband met de geheimhoudingsverplichting
van wetten die voor advies aan de Raad van
State worden voorgelegd.
Vanzelfsprekend wordt u ook via Babylon geïnformeerd
over de voortgang van het
wetsvoorstel gerechtstolk en beëdigd vertaler.

Branchevereniging in oprichting
Op 7 april en 12 mei jl. hebben Stuurgroep en
ministerie van Justitie weer met elkaar gesproken
over de op te richten branchevereniging.
Alle ‘algemene ledenvergaderingen’ van de
organisaties die in de Stuurgroep aan de
oprichting van de brancheorganisatie werken,
waren toen achter de rug.
Alle voorzitters van de besturen hebben mandaat
gekregen van hun leden om door te gaan
met het proces om tot oprichting van één
branchevereniging te komen. Vanaf april staat
het samengaan van de huidige verenigingen
in één nieuwe vereniging centraal. Gekozen is
voor het NGTV+ model, waarbij het NGTV de
organisatorische basis voor de branchevereniging
zal bieden. Het samengaan van de
huidige verenigingen in één brede vereniging
is geen gemakkelijk proces. De discussie nu
betreft met name de toelatingscriteria tot de
branchevereniging.
De branchevereniging i.o. erkent de verschillen
in kwaliteit tussen de organisaties,
verenigd in de Stuurgroep. De diversiteit
wordt meegenomen in de discussie over de
toekomst van de branchevereniging.
Streefdatum voor oprichting van de brede
branchevereniging is 1 september 2004. Dan
moet het bestuur gekozen zijn.
Op 22 april jl. heeft Justitie een ‘startsubsidie’
verstrekt aan het NGTV als de branchevereniging
i.o. voor de periode tot 1 september
a.s. Deze subsidie is bedoeld om het secretariaat
vorm te geven, huisvesting te zoeken
voor het secretariaat en een kantoor in te
richten. Voor de rest van 2004 zal de
branchevereniging i.o. een activiteitenplan en
begroting opstellen en indienen bij Justitie
voor 1 juli 2004. Het volgende overleg met
Justitie vindt op 24 juni plaats.

Voorstel Kaderbesluit Procedurele
Waarborgen voor verdachten
Enkele dagen voor de uitbreiding van de
Europese Unie (EU) naar 25 landen, heeft de
Europese Commissie een voorstel voor
Kaderbesluit Procedurele waarborgen voor
verdachten in de gehele EU gepresenteerd.1
Dit voorstel voor een kaderbesluit2 vormt het
vervolg op het in februari 2003 door de
Commissie gepresenteerde Groenboek procedurele
waarborgen voor verdachten in de
gehele EU.
Een eerste bestudering van het voorstel maakt
duidelijk dat de Commissie het hoge ambitieniveau
van het Groenboek aanzienlijk heeft
bijgesteld. Kennelijk is de Commissie toch
gevoelig geweest voor de kritiek van veel lidstaten
dat het Groenboek te haastig tot stand
is gekomen en de behandelde waarborgen niet
specifiek toezien op situaties bedoeld voor de
strafrechtelijke samenwerking bij grensoverschrijdende
criminaliteit. Volgens een aantal
lidstaten biedt het Europees Verdrag tot
bescherming van de rechten van de mens en
de fundamentele vrijheden (EVRM) reeds voldoende
garanties en is het niet noodzakelijk
om deze regels gedetailleerd in Europese
regelgeving om te zetten. Een ander punt van
kritiek betrof de financiële gevolgen die de
uitwerking van het Groenboek met zich mee
zou brengen. Volgens veel lidstaten zou in de
uiteindelijke uitwerking van het Groenboek
een beter evenwicht moeten worden gevonden
tussen enerzijds de rechtsbescherming van
het individu en anderzijds een verantwoorde
inzet van financiële middelen.
Achtergrond Kaderbesluit
Achtergrond van het voorgestelde
Kaderbesluit vormt de conclusie van de
Europese Raad van Tampere (oktober 1999)
dat het beginsel van wederzijdse erkenning
van rechterlijke beslissingen en vonnissen
moet worden gezien als de ‘hoeksteen van de
justitiële samenwerking’ in de Europese Unie.
Wederzijdse erkenning berust op wederzijds
vertrouwen in de rechtstelsels van de lidstaten.
Om wederzijds vertrouwen te bewerkstelligen
en te versterken wordt voorgesteld een
standaardset van procedurele waarborgen
voor verdachten in de lidstaten vast te stellen.
In het voorstel van de Commissie is het begrip
‘verdachte’ beperkt tot een verdachte die op de
hoogte is van een tegen hem lopend
strafrechtelijk onderzoek, meestal de aangehouden
verdachte. Het voorstel concentreert
zich op vijf gebieden:
• het recht op juridische bijstand en vertegenwoordiging
door advocaat;
• het recht op een tolk en/of vertaler, zodat
de verdachte weet wat hem ten laste wordt
gelegd en de procedure begrijpt;
• een passende bescherming van verdachten
die vanwege een handicap of gebrek de
strafrechtelijke procedure niet kan horen of
volgen;
• het recht op consulaire bijstand voor
buitenlandse gedetineerden;
• het schriftelijk in kennis stellen van de verdachte
van zijn rechten.
Ten aanzien van tolken en vertalers zijn in het
bijzonder de artikelen 6, 7, 8, 9 en 16 van
belang. Artikel 6 draagt de lidstaten op te
waarborgen dat een verdachte die de taal van
de berechting niet machtig is tijdens de
gehele procedure kosteloos wordt bijgestaan
door een tolk of vertaler. Volgens de
Commissie is dat een voorwaarde voor een
eerlijk proces. Het voorstel onderstreept
tevens dat dit zich niet beperkt tot situaties
van vreemdtaligheid, maar ook geldt voor verdachten
met gehoor- of spraakstoornissen
(art. 6, lid 3).
Artikel 7 draagt de lidstaten op maatregelen te
treffen die waarborgen dat de vreemdtalige
verdachte wordt voorzien van een kosteloze
vertaling van alle relevante documenten die
op zijn zaak betrekking hebben. In het tweede
lid van dit artikel wordt benadrukt dat ook de
advocaat van een vreemdtalige verdachte om
vertaling van stukken kan verzoeken.
Artikel 8 heeft betrekking op de nauwkeurigheid
van de vertaling en vertolking. Het eerste
lid van dit artikel stelt dat de lidstaten moeten
waarborgen dat de tolken en vertalers die worden
ingeschakeld voldoende gekwalificeerd
zijn om een nauwkeurige vertaling of vertolking
te kunnen leveren. Daarnaast moeten de
lidstaten een voorziening treffen die waarborgt
dat een tolk of vertaler die niet
nauwkeurig zijn werkzaamheden verricht
wordt vervangen. Om de kwaliteit van tolken
te verzekeren wordt de lidstaten in artikel 9
opgedragen vertolkingen op geluids- of
videoband vast te leggen.
Door de Commissie wordt sterk gehecht aan
een vorm van monitoring om na te gaan in
hoeverre de normen door de lidstaten worden
nageleefd. Hiertoe bevat artikel 16 een aantal
gedetailleerde verplichtingen over het verzamelen
van gegevens aangaande vreemdtalige
verdachten die de taal van berechting niet
begrijpen.
Minimumnormen
Zoals gezegd zijn waarborgen voor verdachten
met het oog op een eerlijk proces al in
diverse internationale instrumenten vastgelegd.
Het voorstel van de Commissie
beoogt geen nieuwe rechten in het leven te
roepen of toe te zien op de eerbiediging van
rechten die krachtens het (EVRM) of andere
instrumenten bestaan. Het doel is, uitgaande
van de bestaande rechten die de Commissie
als fundamenteel beschouwt, de zichtbaarheid
en de doeltreffendheid ervan te
bevorderen zodat deze consequent en uniform
binnen de EU worden toegepast. Gelet
op deze doelstelling is het in het licht van de
hiervoor gememoreerde kritiek op het
Groenboek, begrijpelijk dat de Commissie er
vooralsnog voor kiest minimumnormen in
regelgeving vast te leggen. Het betreft overigens
minimumregels voor een effectieve
rechtsbescherming die – als het er echt op
aankomt - in de praktijk veelal pas na een
jarenlange juridische strijd kunnen worden
verkregen, omdat eerst alle nationale juridische
instanties moeten worden doorlopen
alvorens een beroep op het Europees Hof
voor de Rechten van de Mens (EHRM) kan
worden gedaan. De recente zaak van de
Engelse en Nederlandse vliegtuigspotters in
Griekenland heeft nog eens duidelijk gemaakt
dat het EVRM niet dusdanig effectief dat een
anderstalige verdachte altijd van een adequate
rechtsbescherming verzekerd is.3 Het EHRM
toetst bovendien slechts het handelen van
instanties van een lidstaat en kijkt dus niet
naar de gang van zaken op Europees niveau,
bijvoorbeeld acties van meerdere EU-lidstaten
gezamenlijk (denk aan joint teams of de functionarissen
van Europol). Dit betekent dat de
rechtsbeschermende kracht van het EVRM op
Europees niveau maar betrekkelijk is, temeer
omdat de Europese Unie zelf geen partij is bij
het EVRM. Dit alles maakt dat het wel degelijk
van groot belang is dat de Commissie thans
voorstelt de minimumnormen voor een adequaat
systeem van rechtsbescherming voor
verdachten op het niveau van de Europese
Unie vast te stellen.
De in de artikelen 6 en 7 van het voorstel
geformuleerde verplichtingen aangaande de
kosteloze bijstand van een tolk of vertaler zijn
gebaseerd op het recht op een eerlijk proces
zoals neergelegd in art. 6 EVRM. Met in het
bijzonder de uitspraken van het EHRM in de
zaken Kamasinski4, Cuscani5 en Luedicke
Belkacem and Koç tegen Duitsland. In deze
heeft het EHRM uitgemaakt dat artikel 6,
derde lid, onder b, met zich brengt dat de bijstand
van een tolk aan een verdachte
kosteloos is. Dit betekent tevens dat de verdachte
ook niet alsnog, na zijn veroordeling,
verplicht kan worden de kosten hiervan te dragen.
‘For anyone who cannot speak or understand
the language used in court, the right to
receive the free assistance of an interpreter,
without subsequently having claimed back
from him payment of the cost thereby
incurred.’
Wat betreft de nauwkeurigheid van de vertolking
of vertaling (art. 8) sluit de Commissie
aan bij de zorgplicht die het EHRM in de zaak
Artico tegen Italië heeft geformuleerd. In deze
zaak stelt het EHRM dat de Staat niet voor elk
gebrek in het optreden van een toegevoegde
advocaat aansprakelijk kan worden gesteld,
maar dat de autoriteiten wel verplicht zijn er
zorg voor te dragen dat het recht op kosteloze
rechtsbijstand effectief is. Deze zorgplicht
geldt mutatis mutandis voor het recht op
kosteloze rechtsbijstand van een tolk of vertaler.
Teleurstellend is dat de Commissie niet
concreet aangeeft aan welke eisen tolken en
vertalers moeten voldoen. In het Groenboek
werd nog voorgesteld de lidstaten de verplichting
op te leggen voorzieningen te treffen
voor opleiding, erkenning en registratie.
Thans laat de Commissie in het midden wat
de minimum kwaliteitseisen moeten te zijn of
hoe deze gewaarborgd dienen te worden. Wel
introduceert de Commissie het instrument
van audiovisuele vastlegging van vertolkingen
als middel voor het bewaken van de kwaliteit
van de tolk. De bandopnamen zouden
gebruikt kunnen worden als bewijsmateriaal
bij individuele klachten en tevens een preventieve
werking kunnen hebben op het gedrag
van tolken.
Vanuit het standpunt van overheid zal men
zeker bedenkingen formuleren. De kwaliteitsbewakende
rol van de bandopname is echter,
behalve van de kwaliteit van de opname, sterk
afhankelijk van de assertiviteit van de verdachte
en zijn advocaat om de bandopname
op te vragen. Het gebruik van de banden zal
bovendien afhangen van factoren als het
gemak waarmee advocaten toegang tot de
opnamen hebben en de tijdsinvestering die zij
moeten plegen om de banden te beluisteren.
Doorgaans zal het gebruik van de banden voor
advocaten een tijdrovende aangelegenheid
zijn. Immers, de opname zal veelal vertaald
moeten worden, wil deze voor de advocaat
bruikbaar zijn. Daarvoor moet een tolk of vertaler
worden ingeschakeld, wat niet alleen
kostbaar is, maar ook een aanslag pleegt op
de beperkte capaciteit aan tolken. Het is dan
ook te verwachten dat dit onderdeel van het
Commissie voorstel, in het bijzonder vanwege
de kosten, op weerstand van de lidstaten zal
stuiten. Wellicht zal de Commissie in de
komende onderhandelingen de bandopname
‘als wisselgeld’ gebruiken om zo alsnog een
verplichting aangaande opleiding, erkenning
en registratie van tolken en vertalers te bewerkstelligen.
1 De tekst van het voorstel is te vinden op:
Rapport cie kwaliteitseisen tolken en vertalers, Praktisch en effectief.pdf
2 Het instrument van een kaderbesluit wordt gebruikt voor de
onderlinge aanpassing van de wettelijke en bestuursrechtelijke
bepalingen van de lidstaten. Het kan op initiatief van de Commissie
of een Lidstaat worden voorgesteld en moet met eenparigheid van
stemmen worden goedgekeurd. Het is verbindend voor de lidstaten
ten aanzien van het te bereiken resultaat, doch aan de nationale
instanties wordt de bevoegdheid gelaten vorm en middelen te
kiezen.
3 http://www.f-t-a.freeserve.co.uk/press/releases/2001 /eurowarrant301101.htm en
http://www.f-t-a.freeserve.co.uk/press/releases/2001/greece101201.htm
4 EHRM 19 december 1989, Series A 168.
5 EHRM 24 september 2002, application nr. 00032771/96
(Cuscani tegen Verenigd Koninkrijk).

Toetsen
In de derde week van juli ontvangen voorlopig
geregistreerde tolken en vertalers weer
inschrijfformulieren van het Kernteam
kwaliteitsnormering tolken en vertalers voor
de kennis- en praktijktoetsen. Deze toetsen
worden afgenomen in de periode 11 oktober
tot 7 november.
Wilt u nog deelnemen aan het kwaliteitstraject,
dan is het van belang u aan te melden
voor de toetsen. Heeft u reeds de kennistoets
afgelegd en hoeft u alleen nog maar de praktijktoets
af te leggen, dan is dit uw laatste
kans! Moet u nog starten met het traject en
rondt u de kennistoets in oktober 2004 af, dan
kunt in het vroege voorjaar van 2005 nog een
praktijktoets afleggen. Tevens zullen dan de
herkansingen plaats vinden van de kennistoets(
onderdelen) en zullen kandidaten die
nog ontbrekende onderdelen willen behalen,
de kans krijgen om de kennistoets af te ronden.
Indien u op 1 augustus geen inschrijvingsformulier
van het Kernteam heeft ontvangen
en u wilt deelnemen aan een van de
toetsen dan kunt u een formulier aanvragen
via Info@Kernteam.nl of (030) 67 44 52 (van
maandag tot en met donderdag van 9.00 –
12.00 uur). Voor meer informatie verwijzen wij
naar de website van het Kernteam:
www.Kernteam.nl.

SIGV cursussen
De SIGV (Stichting Instituut Gerechtstolken
en –Vertalers) verzorgt cursussen gericht op
het verwerven van kennis en vaardigheden en
het bevorderen van bekwaamheid van tolken
en vertalers.
De cursussen zijn modulair opgebouwd.
Dankzij dit systeem is het mogelijk een deelcertificaat
te behalen voor de afzonderlijke
modules. De behaalde deelcertificaten tezamen
vormen het diploma van de SIGV. De cursussen
vinden op woensdagavonden in
Utrecht plaats.
Toelating geschiedt op basis van een intreetoets
of een proefvertaling met uitzondering
van de basiscursus.
Op woensdag 6 oktober 2004 starten de cursussen:
• Gerechtstolken in Strafzaken (in 17 talen)
• Basiscursus Gerechtstolken in Strafzaken
(taaloverstijgend)
• Juridisch Vertalen in Strafzaken (in 8 talen)
De basiscursus Gerechtstolken in Strafzaken
is vrij nieuw. Onlangs zijn de eerste kandidaten
geslaagd. Waarin verschilt deze cursus nu
van de reeds langer bestaande cursus
Gerechtstolken in Strafzaken? De basiscursus
bevat de modulen Rechtskennis,
Strafrechtelijke terminologie, Algemene beginselen
van gerechtstolken en Tolktechnieken. Er
wordt dus niet getoetst op Vreemdtalige
rechtsterminologie en Vreemdtalig rechtssysteem.
Meer informatie over bovenstaande cursussen
is te vinden op de website van het SIGV
(www.sigv.nl). Direct contact kan ook: via
(075) 631 30 20 of secretariaat@sigv.nl.

|