Aanpassing vergoeding gerechtstolken
Op 17 januari 2003 heeft de Minister van Justitie de Tweede
kamer per brief geïnformeerd over de uitvoering van het zogenaamde
amendement Dittrich. Het D’66 parlementslid had tijdens de
behandeling van de Justitiebegroting 2002 voorstellen gedaan voor
aanpassing van de tarieven voor gerechtstolken. De Tweede Kamer
had het amendement aangenomen. De inhoud van de brief luidt als
volgt.
Graag informeer ik u over de uitvoering van het amendement Dittrich
c.s. (28 000 VI, nr. 15) dat is aanvaard bij de behandeling van
de begroting van Justitie voor 2002. Het amendement beoogt een
aanvang te maken met een structurele verhoging van de tarieven
voor de gerechtstolken naar € 54,45 per uur.
De bij het amendement tot stand gekomen verhoging van artikel 4.2
van de Justitiebegroting met € 1,361 mln. laat, mede gezien
de lange termijn effecten, niet toe het amendement volledig in
overstemming met de blijkens de toelichting beoogde doelstelling
uit te voeren. Niettemin acht ik het, binnen het raam van de budgettaire
ruimte van het amendement, wel mogelijk een maatregel te treffen
waarmee een reeds lang onderkend inconvenient voor de gerechtstolken
wordt ondervangen. Dit inconvenient bestaat eruit dat tolkdiensten
die korter duren dan een half uur, slechts een vergoeding van maximaal
een half uur opleveren. Dit vergoedingenniveau leidt er in de praktijk
toe dat niet altijd een tolk bereid kan worden gevonden werkzaamheden
voor de gerechten te verrichten. Ik heb daarom besloten met behulp
van de bij het amendement aangebrachte verhoging van het tolkenbudget
voor de betrokken doelgroep een ‘voorrijtarief’ in
te voeren. Deze maatregel past wel binnen het desbetreffende verhoogde
budget. Ik meen daarmee te handelen in de geest van het amendement.
De regeling komt er op neer dat tolken die werkzaamheden verrichten
binnen de gerechten met ingang van 1 januari 2003 een voorrijtarief
van € 24,07 (inclusief BTW) ontvangen. Deze vergoeding is
gebaseerd op 50% van de geharmoniseerde uurvergoeding (het niveau
van deze vergoeding is per 1 oktober jl. opgetrokken naar € 40,45
per uur), zodat de tolk voor werkzaamheden die niet meer dan een
half uur beslaan, ten minste voor een heel uur wordt betaald.
De financiële consequenties van het amendement Dittrich c.s.
op langere termijn, en de beperkte budgettaire mogelijkheden gaven
mij aanleiding tot een nadere bezinning op de oogmerken van het
amendement. Die bezinning was voorts noodzakelijk om twee andere
redenen. In de eerste plaats omdat mijn beleid erop is gericht
de tariefstelling voor tolken en vertalers in de toekomst (mede)
afhankelijk te maken van marktpartijen met een bemiddelingsfunctie.
Aan deze marktpartijen kan op basis van aanbesteding mogelijk de
logistieke voorziening van tolken en vertalers voor de Justitiële
diensten worden toevertrouwd. Het vergoedingenniveau wordt dan
bepaald op basis van de verhoudingen van vraag en aanbod. Aan generaal
vastgestelde tariefvergoedingen, waarvan een marktverstorende invloed
kan uitgaan, bestaat dan geen behoefte meer. In de tweede plaats
is niet geheel uitgekristalliseerd in welke omstandigheden en met
welke vaardigheden gerechtstolken in de toekomst ook daadwerkelijk
als “specialisten” moeten worden aangemerkt. Op zijn
minst is daartoe noodzakelijk om in samenspraak met de Raad voor
de Rechtspraak en het College van Procureurs-Generaal de feitelijke
behoeften en vervolgens de daarbij behorende opleidingen en ervaringen
nader te specificeren. Het amendement loopt op de uitkomsten van
die discussie en op de uitkomsten van een thans plaatsvindend interdepartementaal
beleidsonderzoek vooruit.
Deze twee overwegingen maken deel uit van het ontwikkelingspakket
op basis waarvan ik voornemens ben om in navolging van de toenmalige
Staatsecretaris van Justitie (beleidsbrief 8 november 2001, Kamerstuk
28 000 VI, nr. 36) een beter fundament in de voorziening van tolken
en vertalers te realiseren. Dat ontwikkelingspakket richt zich
op een systematische versterking van de kwaliteit en integriteit
van de beroepsgroep van tolken en vertalers waarvan de Justitiële
instanties afnemen en in dat kader een versterking van de afnemerspositie.
Ik kondig u aan dat uw Kamer in het voorjaar van 2003 zal worden
geïnformeerd over de uitkomsten van bovengenoemd onderzoek
en de stand van zaken van het project Tolken en Vertalers, dat
is ingesteld ter uitvoering van de beleidsvoornemens in de voornoemde
brief van 8 november 2001.
De Minister van Justitie,

Internetregister
In een eerdere editie van deze nieuwsbrief hebben wij reeds een tipje opgelicht
van de sluier die internetregister heet. Met deze toepassing wil de Raad voor
Rechtsbijstand ’s-Hertogenbosch de gegevens in het KTV van tolken en
vertalers voor afnemers nog beter toegankelijk maken.
Op dit moment stuurt het KTV de afnemers binnen de Justitieketen (IND, gerechten
en TVCN) nog tweewekelijks of maandelijks een overzicht met gegevens zoals
die op moment van verzending staan geregistreerd. Wijzigingen in adres of telefoonnummer
die kort na het verzendmoment binnen komen, bereiken de afnemers dus pas 2
weken of een maand later.
Via een internetregister beschikken de afnemers iedere dag over de meest recente
gegevens. Zo’n internetapplicatie is een database waarvan de gegevens
dagelijks automatisch worden ververst. Bovendien kunnen de gebruikers van de
toepassing op veel meer manieren en veel gemakkelijker zoeken naar een specifieke
tolk of vertaler.
De bouw van dit internetregister zal op korte termijn van start gaan. Vooralsnog
blijft de toegang beperkt tot de bovengenoemde afnemers binnen de Justitieketen.
Zij krijgen via een speciaal beveiligingsmechanisme toegang tot de gegevens.
Openbaar
Op termijn is het de bedoeling dat ook andere potentiële opdrachtgevers
gebruik kunnen maken van de database.
Het Kwaliteitsregister Tolken en Vertalers wordt steeds vaker benaderd door
partijen zoals advocatenkantoren, notariskantoren en gerechtsdeurwaarders,
die op zoek zijn naar tolken en vertalers met een gegarandeerde kwaliteit.
Zij zien het KTV als betrouwbare bron daarvoor.
Het ligt voor de hand dat deze afnemers ook toegang krijgen tot gegevens over
kwaliteitstolken en -vertalers. Ook bij hen gaat het immers om juridische procedures
met grote belangen voor de betrokken burgers. Toegang tot gegevens uit het
KTV kan de algehele kwaliteit van juridische procedures rond anderstaligen
dus alleen maar verbeteren.
Op dit moment verstrekt het KTV bij de Raad voor Rechtsbijstand ’s-Hertogenbosch
geen gegevens aan deze partijen. De Wet bescherming persoonsgegevens (Wpb)
legt beperkingen op aan het beschikbaar stellen van dit soort gegevens aan
derden. Bovendien is bekend dat sommige tolken vanuit hun betrokkenheid bij
bepaalde gevoelige procedures ook niet willen dat hun gegevens op straat liggen.
De Raad zal op korte termijn tolken en vertalers zelf vragen of zij wel of
niet in het openbaar register willen worden opgenomen. Daarmee zijn de beperkingen
vanuit de Wpb meteen opgeheven.
Selecteren
Welke gegevens zullen via dit internetregister opvraagbaar zijn? Het zal daarbij
vooral gaan om gegevens die opdrachtgevers nodig hebben bij het selecteren
van een tolk of vertaler. Naast taal- en vaardigheidsgegevens, zullen de
naam en het adres van de betreffende tolk en/of vertaler te zien zijn, maar
ook bijvoorbeeld een mobiel nummer en een e-mailadres. Uiteraard is de wijze
van inschrijving (voorlopig of definitief) een belangrijk feit evenals de
werkervaring (vooral bij justitieafnemers). Andere informatie, zoals bijvoorbeeld
de geboortedatum, branchevreemde opleidingen, een bankrekeningnummer of mutaties
binnen het dossier is niet relevant voor opdrachtgevers en zal dan ook niet
via het openbaar register worden aangeboden.

Kwaliteitsbeleid krijgt verder vorm
Het Ministerie van Justitie heeft diverse trajecten in gang gezet om het kwaliteitsbeleid
rond tolken en vertalers verder vorm te geven. Daarbij gaat het onder andere
om wetgeving, financiering, de voorbereidingen van een kwaliteitsinstituut
en de overlegstructuur met tolken en vertalers.
Om te beginnen ontwikkelt de directie Wetgeving van het ministerie nieuwe
wetgeving om het KTV en andere instrumenten een duidelijk kader te geven. Voor
tolken wordt daarbij gedacht aan een aparte tolkenwet waarbij certificering
wordt geïntroduceerd, voor vertalers gaan de gedachten uit naar aanvulling
van de Wet beëdigde vertalers. Justitiële instellingen worden in
dat geval verplicht zoveel mogelijk gebruik te maken van tolken en vertalers
uit het Kwaliteitsregister Tolken en Vertalers. Aan dit register kunnen dan
ook passende integriteitcriteria worden gekoppeld, een gedragscode en een klachtenregeling.
Omdat de voorbereiding van deze wetgeving enige tijd in beslag zal nemen, gaat
het Ministerie van Justitie op korte termijn de Raad voor Rechtsbijstand ´s-Hertogenbosch
formeel mandateren om het KTV te beheren. De Raad krijgt daarbij tijdelijk
beperkte bevoegdheden om criteria of aangrenzend beleid vast te stellen, een
klachtenregeling in te richten en bezwaren tegen de beslissingen van de Raad
in het kader van het KTV te behandelen.
De Raad heeft zelf de voorkeur uitgesproken belangrijke beleidsbeslissingen
over bijvoorbeeld de criteria pas na consultatie van het werkveld te zullen
nemen.
IBO
Een werkgroep bestaande uit vertegenwoordigers van verschillende departementen
heeft zich zoals bekend de afgelopen maanden gebogen over de toekomstige
inrichting en financiering van tolk- en vertaaldiensten in de justitieketen.
Daarbij is onderzocht op welke manier de beste borgen voor kwaliteit, maar
ook financiële beheersbaarheid kunnen worden gerealiseerd. In de toekomstige
vormgeving van de organisatie en financiering speelt de positie van het TVCN
een belangrijke rol.
Binnenkort wordt het eindrapport van dit Interdepartementaal beleidsonderzoek
(IBO) verwacht.
Kwaliteitsinstituut
De belangrijkste ketenpartners gaan binnenkort van start met voorbereidingen
voor een kwaliteitsinstituut voor tolken en vertalers. Daarin worden instrumenten
ontwikkeld en beheerd om de kwaliteit van tolken en vertalers permanent,
te meten, te borgen en te verbeteren. Onder leiding van de heer mr. A.W.J.M.
Jurgens, tot voor kort president van het Gerechtshof ´s-Hertogenbosch,
zullen in eerste instantie de Raad voor de Rechtspraak, de IND, het Parket-Generaal
(PG) en de politie zich samen met het Ministerie van Justitie en de Raad
voor Rechtsbijstand buigen over toekomstige kwaliteitseisen en randvoorwaarden
van toekomstig kwaliteitsbeleid en daarmee de contouren van een kwaliteitsinstituut.
Uiteraard wordt ook plaats binnen dit overleg ingeruimd voor de tolken en vertalers.
Evenals de rechterlijke macht, de IND, het P-G en de politie moet ook de beroepsgroep
door een instantie worden vertegenwoordigd. Met de diverse brancheorganisaties
van tolken en vertalers wordt momenteel besproken hoe hieraan invulling kan
worden gegeven.
Brancheorganisatie
Daarbij komt uiteraard ook de mogelijkheid aan bod om een overkoepelende brancheorganisatie
voor tolken en vertalers, in elk geval binnen de justitiesfeer, in te richten.
In de zomer van 2002 heeft onderzoeksbureau W&S na een onderzoek al geconcludeerd
dat hiertoe de noodzaak bestond maar ook draagvlak bestond voor een koepelorganisatie.
W&S wordt ook bij de verdere besprekingen over de organisatie van de
beroepsgroep betrokken.
Aanvullende criteria
Bij het hanteren van de huidige criteria heeft het KTV een aantal beperkingen
geconstateerd. Zo is de beheersing van de Nederlandse taal een belangrijke
voorwaarde voor kwaliteitstolken en –vertalers. Momenteel wordt dit
echter niet beoordeeld.
Voor beroepsbeoefenaren die niet in een Nederlands taalgebied zijn geboren
of opgegroeid, zou het certificaat Nederlands als tweede taal op het hoogste
niveau (of een aantoonbaar vergelijkbaar niveau zoals een Nederlandstalige
MBO- of hogere beroepsopleiding) of een beroepsopleiding op MBO-niveau een
aanvullend criterium kunnen vormen.
Daarnaast is het toetsen van integriteitsaspecten op dit moment nog niet ontwikkeld
terwijl die integriteit in juridische procedures essentieel is. Over het algemeen
worden ambtenaren in de justitieketen (medewerkers van de IND, het COA of openbaar
ministerie, politieagenten, rechters of griffiemedewerkers,) al aan een integriteittoets
zoals de verklaring omtrent het gedrag, onderworpen. De Wet beëdigde vertalers
eist deze verklaring ook voor de beëdiging van vertalers. Tolken die voor
de IND of sommige rechtbanken willen werken, worden eveneens op deze manier
getoetst. Vanaf 1 september 2003 wordt de wetgeving omtrent deze verklaring
aangepast. Het ligt dan voor de hand om dit instrument voor alle geregistreerde
tolken en vertalers toe te passen.
De Raad voor Rechtsbijstand ’s-Hertogenbosch zal deze en mogelijke andere
punten rond de selectiecriteria inbrengen in het overleg van de commissie Jurgens.

Training Effectief omgaan met tolken
De Stichting Studiecentrum Rechtspleging (SSR) organiseert een cursus ‘Effectief
omgaan met tolken’ die is bestemd voor de zittende magistratuur in de
strafrechtspleging. Beginnende rechters kunnen de reeds opgedane gespreks-
en verhoortechnieken implementeren in een tolksituatie. De meer ervaren rechters
kunnen hun eigen, in de praktijk opgedane kennis en ervaring toetsen aan de
leerstof en vaardigheden die in de training aan de orde komen.
Een doelmatige communicatie tussen de niet-Nederlandstalige verdachte en de
rechter is in ieders belang. Optimale waarheidsbevinding kan alleen wanneer
de communicatie met behulp van een tolk probleemloos verloopt. Tevens heeft
een goede communicatie een gunstige invloed op de duur van de zitting; er is
dus ook een efficiencygewin in tijd en financiën.
De training neem een dagdeel in beslag en wordt georganiseerd door het contractteam
van SSR. De cursistengroep zal maximaal uit 15 deelnemers bestaan. Meer informatie
over datum en plaats is verkrijgbaar bij mevrouw S. Jansen van Doorn, telefoonnummer
(0575) 59 53 45.

Europese Commissie brengt Groenboek uit
De Europese Commissie heeft een zogenaamd Groenboek uitgegeven over ‘Procedurele
waarborgen voor verdachten in strafzaken in de gehele Europese Unie’.
Dit Groenboek beoogt geen nieuwe rechten in te stellen of toe te zien op
de eerbiediging van rechten die krachtens het EVRM of andere instrumenten
bestaan, maar de bestaande rechten vast te stellen die de Commissie als
fundamenteel beschouwt en de zichtbaarheid van deze rechten te bevorderen.
Ook tolken en vertalers komen in de notitie uitvoerig aan bod.
Het afgelopen jaar heeft de Commissie de stand van zaken met betrekking
tot de procedurele waarborgen opgemaakt. Daartoe heeft zij in januari en
februari 2002 op de website van het DG Justitie en binnenlandse zaken in
verscheidene talen een brede discussienota gepubliceerd. In deze nota zijn
de gebieden beschreven waarop latere maatregelen gericht kunnen zijn en
wordt de belanghebbenden om een reactie gevraagd. Tegelijkertijd is aan
de lidstaten een vragenlijst toegezonden over diverse aspecten van hun
huidige gerechtelijke procedures. Op basis van de reacties op deze twee
documenten heeft de Commissie bepaald dat de volgende gebieden onmiddellijk
kunnen worden onderzocht:
–
toegang tot vertegenwoordiging door een advocaat, zowel voor als tijdens
het proces,
–
toegang tot vertolking en vertaling,
–
de verdachten in kennis stellen van hun rechten (via de ‘verklaring
van de rechten’, Letter of Rights),
–
ervoor zorgen dat met name kwetsbare verdachten naar behoren worden beschermd,
–
consulaire bijstand voor buitenlandse gedetineerden.
Tolken en vertalers
De commissie legt in het Groenboek eerst uit waarom zij denkt dat een optreden
van de Europese Unie op dit gebied nodig is. Vervolgens gaat zij in op
de wijze waarop moet worden geëvalueerd of de lidstaten aan hun
verplichtingen voldoen. Met betrekking tot de kwaliteit van tolken en
vertalers wordt een aantal algemene opmerkingen gemaakt:
5.2.2. (a) Opleiding, erkenning en registratie
De Commissie is van mening dat alle lidstaten voor opleiding, erkenning
en registratie van gerechtstolken en -vertalers moeten zorgen om te voldoen
aan de vereisten van het EVRM en vele andere internationale instrumenten.
De Aequitas-voorstellen omvatten de volgende minimumvereisten:
(1) De lidstaten moeten een systeem hebben om gespecialiseerde tolken en
vertalers op te leiden, waarbij het rechtsstelsel wordt behandeld en bezoeken
worden gebracht aan gerechtelijke instanties, politiebureaus en gevangenissen,
met als afsluiting een erkend diploma.
(2) De lidstaten moeten een systeem voor de erkenning van deze vertalers
en tolken hebben.
(3) De lidstaten moeten een registratieregeling invoeren waarbij de registratie
niet onbeperkt is (bijvoorbeeld 5 jaar) om de betrokkenen te stimuleren
hun talenkennis en kennis van de gerechtelijke procedures op peil te houden
voor het vernieuwen van hun registratie.
(4) De lidstaten moeten een systeem van voortdurende bijscholing opzetten
zodat gerechtstolken en -vertalers hun vaardigheden op peil kunnen houden.
(5) De lidstaten moeten een beroepscode en richtsnoeren voor goede werkwijzen
opstellen die in de gehele EU hetzelfde moeten zijn of in sterke mate moeten
overeenkomen.
(6) De lidstaten moeten opleiding aanbieden aan advocaten en rechters zodat
deze een beter inzicht krijgen in de rol van de vertaler en de tolk en
dus efficiënter met hen kunnen samenwerken.
(7) De lidstaten moeten voor de bovenstaande vereisten kiezen voor een
interdisciplinaire aanpak waarbij het ministerie van Justitie of het ministerie
van Binnenlandse Zaken betrokken is bij de aanwerving, opleiding en erkenning
van gerechtstolken en -vertalers.
Reageren
Van belang is verder dat er nog veel vragen openstaan. De Europese Commissie
nodigt in het Groenboek betrokkenen uit om vóór 15 mei
2003 antwoorden te formuleren en opmerkingen te plaatsen bij de tekst.
Na verwerking van de opmerkingen wil de Commissie in 2003 een openbare
hoorzitting te organiseren over procedurele waarborgen voor verdachten
in strafzaken in de gehele Europese Unie.
De verdere uitwerking van Europese richtlijnen voor de inzet van tolken
en vertalers in strafprocedures vormt een belangrijke leidraad bij de ontwikkeling
van Nederlands beleid. Om die reden zijn het ministerie van Justitie en
de Raad voor Rechtsbijstand ’s-Hertogenbosch van mening dat betrokkenen
kennis moeten kunnen nemen van het document zodat zij ook gelegenheid hebben
inbreng in de verdere discussie te leveren.
De tekst van het Groenboek is te raadplegen op de KTV-internetsite (www.ktv.rvr.org)
en op te vragen bij de Raad voor Rechtsbijstand ’s-Hertogenbosch.
De adresgegevens staan op de voorpagina van Babylon.

Kwaliteitstoetsen voorjaar 2003
Het Kernteam Kwaliteitsnormering Tolken en Vertalers is onlangs gestart met
het voorjaarsprogramma. Daarbij gaat het enerzijds om bijscholingsactiviteiten
ter voorbereiding op de kennistoets en de praktijktoets en anderzijds het afnemen
van deze toetsen. Ook voor de rest van het jaar heeft de agenda van het Kernteam
inmiddels vorm gekregen.
De bijscholingsactiviteiten met betrekking tot de kennistoetsen hebben betrekking
op recht, gezondheidszorg, cultuur en maatschappij. Waar het de kennis voor
de Nederlandse situatie betreft, is het programma voor iedereen hetzelfde.
De kennis van andere culturen, verschilt per zogenaamd cultuurgebied. De kennistoets
wordt momenteel voor 28 cultuurgebieden afgenomen, waarvan een aantal meerdere
taalgebieden telt. Met de 28 toetsen worden dan ook de in Nederland meest-voorkomende
talen gedekt. Er bestaat geen onderscheid in kennistoetsen voor tolken en vertalers.
Een volledige lijst van de kennistoetsen die vanaf 8 maart worden afgenomen,
is te vinden op de internetsite van het Kernteam Kwaliteitsnormering Tolken
en Vertalers.
Later in het jaar staan nog twee kennistoetsen gepland. Daarnaast zal het
Kernteam in de tweede helft van 2003 een aantal praktijktoetsen gaan afnemen.
Voor zowel tolken als vertalers staan drie toetsperiodes gepland: week 25,
week 39 en de weken 49 en 50.
Bij deze toetsen gaat het vooral om de specifieke taalgebonden tolk- en vertaalvaardigheden.
In 2003 kunnen voor ongeveer 21 talen praktijktoetsen worden afgenomen. Binnenkort
komt hiervan een lijst op de website van het Kernteam te staan. Hierbij geldt
wel het voorbehoud dat een minimum aantal van drie kandidaten beschikbaar moet
zijn, wil een praktijktoets daadwerkelijk georganiseerd kunnen worden. Voorafgaande
aan de praktijktoetsen worden bijscholingsmodules aangeboden ter voorbereiding
op de praktijktoetsen Tolken en Vertalen: Daarbij gaat het om Vertaalkunde
en terminologie, Algemene tolktechnieken, Schrijf- en spreekvaardigheid Nederlands.
Noodzaak
Omdat het KTV veel vragen krijgt over deze toetsen, is het wellicht verstandig
om de noodzaak van toetsen en de geldende procedure hiervoor nogmaals te
schetsen.
Om te beginnen vragen veel tolken en vertalers zich af of zij de toets wel
moeten afleggen. De geldende criteria stellen immers dat tolken en vertalers
die op 1 januari 2005 minimaal vijf jaar aantoonbare ervaring hebben, voor
de betreffende taal definitief kunnen worden ingeschreven. Sec betekent dit
dat iedereen die voorziet dat hij/zij aan dit criterium zal kunnen voldoen,
niet perse de kwaliteitstoets hoeft af te leggen om definitief te worden ingeschreven.
Vanaf 1 januari 2005 moeten alle geregistreerde beroepsbeoefenaren deelnemen
aan een kwaliteitsborgingssysteem. Het borgen van kwaliteit betekent dat het
niveau niet afhangt van toeval maar dat voorwaarden zijn gecreëerd waarbinnen
altijd hetzelfde kwaliteitsniveau geleverd kan worden. Daarbij valt te denken
aan verplichte intercollegiale toetsing en permanente educatie die eventueel
wordt afgesloten met een toets.
De kwaliteitstoetsen en bijscholing lopen hierop vooruit. Tolken en vertalers
kunnen zich dus via deze instrumenten nu al voorbereiden op deelname aan het
toekomstig systeem.
Belangrijkste argument is echter nog wel dat het voor elke beroepsgroep noodzakelijk
is om te werken aan aantoonbare kwaliteit. Als bijscholing het niveau kan helpen
verhogen en een toets onduidelijkheid over de geboden kwaliteit kan wegnemen,
is dat nu al de moeite waard.
Duidelijkheid en kwaliteitsverbetering verstevigen de positie van tolken en
vertalers in de markt. Dit kan vooral meerwaarde hebben nu de dalende instroom
van asielzoekers de vraag naar tolk- en vertaalwerkzaamheden onder druk kan
zetten.
Van belang is nog op te merken dat het Kernteam voor de uitvoering van bijscholing
en toetsing gebruik maakt van de bestaande deskundigheid bij:
- Hogeschool Fontys voor Verpleegkunde
- ITV Hogeschool voor Tolken en Vertalen
- Koninklijk Instituut voor de Tropen
- OSR Juridische Opleidingen
- Stichting Nationale Examens Vertaler en Tolk
- Taal Den Hartog & Zevenbergen
- Universiteit Leiden
Procedure
Tolken en vertalers krijgen een uitnodiging voor deelname aan scholing en toetsen
van het Kernteam Kwaliteitsnormering Tolken en Vertalers. Deze organisatie
ontvangt op haar beurt van het KTV actuele gegevens over de wijze waarop
de diverse beroepsbeoefenaren zijn geregistreerd. Voorlopig ingeschreven
tolken en vertalers worden dus automatisch uitgenodigd voor scholing en voor
toetsing voorzover die laatste voor hun taal(gebied) al is ontwikkeld.
Meer informatie
Op de internetsite van het Kernteam Kwaliteitsnormering Tolken en Vertalers
(www.kernteam.nl) staat uitgebreide achtergrondinformatie over onder andere
de doelstelling van de organisatie, de samenwerkingspartners binnen de onderwijswereld,
de procedures en de kosten. Daarnaast treft u er actuele informatie aan over
bijvoorbeeld inschrijving, de opleidings- en toetsagenda.
Wie nog geen toegang tot het internet heeft, kan ook per post, telefoon of
fax contact opnemen met het Kernteam Kwaliteitsnormering Tolken en Vertalers
via Postbus 55, 3500 AB Utrecht, telefoon: 030-677 44 52 bereikbaar op werkdagen
tot 12:00, fax: 030-231 60 50.
