Schets van een brancheorganisatie
van tolken en vertalers
versie 2.3
Amstelveen, 20 september 2002
W&S Transition- en Interimmanagement
W.G.C. Kok A. Kruyt
Inhoudsopgave
1. Aanleiding
Het ministerie van Justitie heeft W&S Transition- en Interimmanagement
verzocht te onderzoeken in hoeverre het oprichten van een brancheorganisatie
bij zou dragen aan het oplossen van de problemen van tolken en
vertalers in Nederland. Wij hebben in de maanden mei en juni 2002
verkennende gesprekken gevoerd met de organisaties van tolken
en vertalers, waarvan we de adressen hadden gekregen van het ministerie
van Justitie. Hoewel de opdracht is verstrekt door het ministerie
van Justitie is het uitdrukkelijk de bedoeling van het ministerie
van Justitie geweest, dat W&S een onafhankelijk onderzoek
zou instellen. Onderzocht moest worden of een brancheorganisatie
tot stand kon komen zowel voor tolken en vertalers die werken
voor Justitiegerelateerde diensten, zoals de IND, de rechtbanken
en het OM, alsook voor tolken en vertalers die werkzaamheden verrichten
voor de gezondheidszorg of voor andere sectoren van de maatschappij.
Uit de gesprekken in mei en juni
2002 is gebleken dat een branchevereniging een oplossing kan bieden
voor een aantal problemen waarmee tolken en vertalers te kampen
hebben. Ook is gebleken dat er draagvlak is om te komen tot de
oprichting van een brancheorganisatie, mits duidelijk is wat de
taken en verantwoordelijkheden hiervan inhouden. Onzerzijds was
toegezegd met een schets te komen, die als leidraad kon dienen
voor een tweede gespreksronde in augustus en september 2002 met
de tien organisaties, waarmee eerder was gesproken. Een eerdere
versie van deze tekst diende daartoe.
De tweede gespreksronde verliep
wederom in een open en plezierige sfeer. De tekst van de schets
leidde vooral tot vragen om verduidelijking. De nu voorliggende
versie 2.3 beoogt alle onduidelijkheden weg te nemen. Hoewel er
hier en daar op details tussen de organisaties verschillen van
inzicht bestaan, kon iedereen waarmee wij spraken zich vinden
in de grote lijnen van de Schets. Er was volstrekte unanimiteit
over de taken van een brancheorganisatie. Opmerkelijk was dat
vrijwel alle gesprekspartners aandrongen op spoed in het vervolgtraject.
De tijd is kennelijk rijp om te komen tot de oprichting van een
brancheorganisatie van tolken en vertalers.

2. Het veld
Het beroep van tolk is een heel oud beroep dat al in de oudheid
bestaan heeft en sindsdien overal ter wereld bestaat en ook in
de toekomst zal blijven bestaan. In dat licht bezien is het merkwaardig
dat het beroep in Nederland noch in andere landen in Europa een
wettelijke of semi-wettelijke bescherming kent. Iedereen kan zichzelf
tolk of vertaler noemen en voor de buitenwacht is het volstrekt
oncontroleerbaar of een zichzelf tolk of vertaler noemende persoon
gekwalificeerd is voor de opdracht. Deze situatie is voor alle
partijen ongewenst, maar wel oplosbaar.
De bonafide tolken en vertalers
zien met lede ogen aan dat nog steeds niet gekwalificeerde tolken
en vertalers opdrachten krijgen van aan Justitiegerelateerde diensten.
In de kranten verschijnen van tijd tot tijd berichten over tolken
die hun werk bij rechtbanken of de IND zo slecht hebben gedaan,
dat de waarheidsbevinding - bij uitstek een voorwaarde voor een
eerlijke procesgang - in het gedrang komt. Door dit soort berichten
komt het beroep in een verkeerd daglicht te staan.
Voor de afnemers van tolk- of vertaaldiensten
is de situatie evenzeer onbevredigend, omdat zij er alleen maar
door ervaring achter kunnen komen of een tolk of vertaler zijn
werk naar behoren verricht.
De organisaties die wij gesproken
hebben zien dit haarscherp. Alle door ons geraadpleegde organisaties
hebben als doelstelling de verhoging van de kwaliteit van de bij
hun aangesloten leden. Vrijwel alle organisaties stellen evenzeer
alleen gekwalificeerde tolken of vertalers als lid toe te laten
en een klachtenregeling te kennen. De buitenwereld heeft hier
weinig aan, omdat het vaak niet bekend is bij welke organisatie
een tolk of vertaler is aangesloten en wat het effect van een
klacht over een tolk of vertaler zou zijn. Los daarvan is bij
een klacht het leed reeds geschied.
De tolkenwereld is ook unaniem van
mening dat de tarieven voor het verrichten van tolk- en vertaaldiensten
al vele jaren achter zijn gebleven bij de ontwikkelingen van lonen
en prijzen. Het getuigt naar de mening van veel tolken en vertalers
van weinig respect van de kant van de opdrachtgever voor het beroep
van tolk of vertaler als de opdrachtgever niet bereid is de kwaliteit
van het geleverde werk naar waarde te honoreren.
De overheid heeft in het verleden
de tarieven niet willen verhogen met het argument dat het voor
de opdrachtgevers niet mogelijk zou zijn om de kwaliteit van het
geleverde werk van een individuele tolk of vertaler te kunnen
beoordelen. Dat tolken en vertalers dit een onjuist argument vinden
is invoelbaar, omdat de overheid nog steeds zelf van ongekwalificeerde
tolken gebruik maakt. Het legt wel een probleem bloot.
Zowel de tolken- en vertalerswereld
als de opdrachtgevers blijven op deze wijze in een vicieuze cirkel
zitten. Die vicieuze cirkel moet doorbroken worden. Het oprichten
van een brancheorganisatie is ons inziens een belangrijke voorwaarde
om uit de impasse te komen.
Het feit dat er bijna tien organisaties
zijn die ieder een deel van de tolken en vertalers vertegenwoordigen
draagt ook niet bij aan een goede behartiging van de belangen.
Eendracht maakt nog altijd macht. Opvallend is dat veel tolken
en vertalers lid zijn van meer dan één organisatie.
Het aantal actieve tolken en vertalers wordt geschat op een kleine
vierduizend. De bestuurders van de organisaties hebben ieder afzonderlijk
het probleem dat zij naast het runnen van hun eigen bureautijd
moeten vrijmaken voor het besturen van de vereniging waarvoor
zij verantwoordelijkheid dragen. Door de versnippering over veel
organisaties ontbreekt het de meeste organisaties aan middelen
om mensen vrij te stellen om een bureau of secretariaat van een
vereniging te leiden.
Negen organisaties verenigd in een brancheorganisatie kunnen zowel
naar binnen als naar buiten meer gewicht in de schaal leggen.
Eén brancheorganisatie met een ondersteunend bureau kan
ertoe bijdragen dat bestuurders toekomen aan besturen.

3. Taken van een brancheorganisatie
Voorbeelden van brancheverenigingen van vergelijkbare beroepsgroepen
zijn de Orde van Advocaten en de Koninklijke Nederlandse Maatschappij
tot bevordering der Geneeskunst (KNMG).
Vergelijkbaar omdat artsen en advocaten evenals tolken en vertalers
hun werk zowel als zelfstandige als in loondienst kunnen verrichten.
Eveneens vergelijkbaar omdat er zowel binnen de Orde van Advocaten
als de KNMG talloze verenigingen, stichtingen en werkgroepen actief
zijn die een bepaald specialisme of segment op de arbeidsmarkt
vertegenwoordigen. In die kringen willen specialisten greep houden
op hun eigen beroep Ook de tolken en vertalers kennen specialismen,
bij voorbeeld gerechtstolken of congrestolken.
Zowel de Orde als de KNMG hebben
de volgende taken:
• Behartigen van de belangen van de beroepsgroep
• Optreden als gesprekspartner van overheidsinstanties
• Waarborgen van de kwaliteit van het beroep
• Het garanderen van vakopleidingen
• Bijhouden van een register van aangesloten leden
• Uitoefenen van interne tuchtrechtspraak.
Er is een samenhang tussen de verschillende
taken. Door de kwaliteit te waarborgen en het uitoefenen van tuchtrechtspraak
wordt de organisatie geloofwaardig als gesprekspartner voor de
overheid en kunnen de belangen met overtuiging worden behartigd.
Door te zorgen voor goede vakopleidingen wordt voortdurend aan
de kwaliteit van het beroep gewerkt.

3.1 Belangenbehartiging
Belangenbehartiging is een ruim begrip. Primair wordt meestal
gedacht aan materiële belangenbehartiging. Onder belangenbehartiging
kan echter ook begrepen worden reageren op beleidsvoornemens van
de overheid, zowel op nationaal als op Europees niveau. Tot belangenbehartiging
behoort ook het voeren van een goed voorlichtingsbeleid om het
imago te verbeteren en het respect te vergroten voor het beroep
van tolk/vertaler.
3.2 Gesprekspartner van
de overheid
De positie van gesprekspartner krijgt een organisatie niet cadeau.
Zo'n positie wordt verworven door een bestuur dat zich als gezaghebbend
ontwikkelt. Een overheidsinstantie neemt een organisatie als gesprekspartner
serieus als die een minimale organisatiegraad kent en verstandige
dingen, gedragen door de leden, over de branche kan zeggen.
3.3 Waarborgen van de kwaliteit
van het beroep
Dit is de kerntaak van een branchevereniging. De leden maken zelf
uit wat kwaliteit is en wat voor niveaus daarbij te onderscheiden
zijn. Als de lat echter te laag gelegd wordt zal de maatschappij
het oordeel van de branche niet accepteren. Hierbij hoort ook
het definiëren van de kwaliteit van specialismen. In de medische
wereld is nauwkeurig bepaald aan wat voor eisen een huisarts of
een kinderarts moet voldoen. In de advocatuur gelden na vele jaren
discussie nu ook eisen voor bijvoorbeeld letselschade- of asieladvocaten.
In de wereld van tolken en vertalers zouden bijvoorbeeld aparte
eisen gesteld moeten worden aan gerechtstolken of politietolken
over hun kennis van het straf(proces)recht. Bij het formuleren
van de eisen is het zeer wel denkbaar dat er per niveau verschillende
eisen worden gesteld. Tevens moeten eisen worden gesteld aan het
minimale aantal zaken dat een specialist per jaar moet behandelen
om zijn registratie te behouden.

3.4 Garanderen van vakopleidingen
Kwaliteit moet ook bijgehouden worden. Het organiseren van bijscholingscursussen
is typisch een taak voor een branchevereniging, evenals het formuleren
van eisen voor deelname aan dergelijke cursussen om een registratie
te kunnen behouden. Ook als de organisatie van de bijscholing
niet door de brancheorganisatie zelf wordt uitgevoerd, blijft
het de taak van de branchevereniging om te formuleren aan welke
kwaliteitseisen de bijscholing moet voldoen. In diverse branches
wordt gewerkt met puntensystemen, waarbij het volgen van een opleiding,
scholing en het bijwonen van congressen en symposia punten opleveren.
Voor het behoud van een registratie is een minimum aantal punten
vereist.
3.5 Bijhouden en beheren
van een register
De functie van registratie is dat zowel de tolken/vertalers en
de opdrachtgevers kunnen nagaan of iemand aan bepaalde beroepseisen
voldoet. Het bijhouden van een register dient dan ook zorgvuldig
te gebeuren. In het register komen de tolken en vertalers die
aan de kwaliteitseisen voldoen met vermelding van hun specialisaties.
3.6 Uitoefenen van interne
tuchtrechtspraak
Tuchtrechtspraak is mogelijk als er een duidelijke beroepscode
is waaraan de leden zich moeten houden. De beroepscode moet ook
extern bekend zijn. Zowel uit eigen beweging als op grond van
klachten van opdrachtgevers of anderen kan het daartoe in het
leven te roepen orgaan een lid schorsen of schrappen uit het register
dat niet voldoet aan de eisen of op andere wijze zijn of haar
taak schromelijk verwaarloosd heeft. Een lid dat niet voldoet
aan de eisen wordt geschrapt. Een lid dat de goede naam van de
professie in diskrediet heeft gebracht wordt tevens geschrapt.

4. Taken die niet door een
brancheorganisatie worden uitgeoefend
Op het eerste gezicht is het wellicht merkwaardig om ook te zeggen
wat een brancheorganisatie volgens ons niet moet doen. Gezien
het feit dat er geen brancheorganisatie van tolken en vertalers
bestaat en omdat er in het verleden ook wel andere taken aan een
dergelijke organisatie zijn toegedacht, leek het ons ter vermijding
van verkeerde verwachtingen goed om daar in deze fase expliciet
over te zijn.
4.1 Geen werkverdeler
Een brancheorganisatie verdeelt geen werk. Het beroep van tolk/vertaler
wordt over het algemeen uitgeoefend in een vrije beroepsuitoefening
met alle voor- en nadelen van dien. De markt blijft hier dan ook
zijn werk doen. Een opdrachtgever in een bepaalde branche kan
besluiten om over te gaan tot een verdeling van werkzaamheden
over één of meerdere tolken of combinaties van tolken,
maar dat staat los van de oprichting van een branchevereniging.
De brancheorganisatie wordt verondersteld de belangen van alle
leden te behartigen en moet daarom niet in de rol van verdeler
van opdrachten terechtkomen. Wel moet de wijze waarop door de
overheid opdrachten worden verstrekt transparant voor de branche
zijn, hetgeen essentieel is voor wederzijds vertrouwen.
4.2 Geen tariefvaststelling
Een brancheorganisatie kan niet eenzijdig tarieven vaststellen.
Tarieven komen normaliter tot stand bij onderhandelingen tussen
de opdrachtgever en de opdrachtnemer. Een sterke brancheorganisatie
kan uiteraard wel invloed op de hoogte van de tarieven uitoefenen
door aan de leden een bandbreedte te suggereren. Een dwingend
uniform tarief voorschrijven kan echter niet omdat er dan sprake
is van kartelvorming. De Europese en de Nederlandse wetgeving
verbiedt kartelvorming.
Grote opdrachtgevers, te denken is in dit verband aan de IND,
de Raad voor Rechtspraak en het Korpsbeheerderberaad, zullen waarschijnlijk
in de toekomst in overeenstemming met Europese richtlijnen aan
grotere aanbieders offertes gaan vragen. Dat kan grote gevolgen
voor de branche hebben. Momenteel zijn de meeste tolken en vertalers
voor zichzelf werkzaam. Een offertesysteem leidt ertoe dat er
grotere werkeenheden ontstaan om te kunnen voldoen aan de voorwaarden
voor dergelijke offertes.
Als de brancheorganisatie zich ontwikkelt tot een gezaghebbende
organisatie zal de organisatie of een gespecialiseerd onderdeel
daarvan de leden terzijde staan bij deze ontwikkelingen. Ook kan
de brancheorganisatie invloed uitoefenen op de te volgen procedures.

4.3 Geen afnameverplichting
Een brancheorganisatie kan niet afdwingen dat een opdrachtgever
alleen maar gebruik maakt van de diensten van de aangesloten leden.
Het staat in de gezondheidszorg iedere--n vrij om naar een natuurgenezer
te gaan in plaats van naar een arts. Ook het gebruik van een advocaat
is in veel gevallen niet verplicht. Het staat de klant vrij om
gebruik te maken van een juridisch adviseur in plaats van een
advocaat. De brancheorganisatie moet door het verwerven van gezag
en een goed PR-beleid ervoor zorgen dat enerzijds tolken en vertalers
lid willen worden. Anderzijds moet dat beleid ertoe leiden dat
opdrachtgevers uitsluitend in zee gaan met de aangesloten leden
in plaats van met tolken en vertalers waarvan de kwalificatie
onbekend is. Overheidsinstanties zouden ondubbelzinnig moeten
verklaren uitsluitend zaken te willen doen met leden van de brancheorganisatie.
4.4 Geen overheidsorgaan
Een brancheorganisatie is geen overheidsorgaan. De overheid houdt
zijn eigen verantwoordelijkheid als opdrachtgever. De overheid
heeft wel een belang bij een goed functionerende brancheorganisatie
en dient zich dan ook welwillend op te stellen ten aanzien van
de totstandkoming van een branchevereniging.

5. Organisatievorm
Onze voorkeur gaat duidelijk uit naar een vereniging, omdat binnen
een vereniging uiteindelijk de leden het laatste woord hebben.
Het is cruciaal voor het gezag van een brancheorganisatie dat
de organisatie gezien wordt als een organisatie van de mensen
die in de branche werken. Ook dat komt het beste tot uiting in
de verenigingsvorm. De Orde van Advocaten en de KNMG zijn eveneens
verenigingen.
Theoretisch is het ook denkbaar
om een federatie te vormen van de bestaande organisaties. Die
mogelijkheid wordt door ons uitdrukkelijk ontraden, om een aantal
redenen. In de eerste plaats is de invloed van individuele leden
op het bestuur van een federatie vrijwel nihil. In de tweede plaats
is de besluitvorming in een federatie uiterst moeizaam. Daar komt
voor de tolken- en vertalerswereld nog bij dat de organisaties
sterk verschillen in het aantal leden per organisatie. Een federatie
bestaande uit de huidige organisaties word dan uiterst onevenwichtig.
Zoals gebruikelijk binnen een vereniging
kiezen de leden een bestuur dat de belangen van de vereniging
behartigt. Gezien de bij ad 3 genoemde taken van de branchevereniging
moet het bestuur ondersteund worden door een professioneel bureau,
dat uitvoerende taken op zich kan nemen. Te denken valt aan het
voeren van het secretariaat van het bestuur, het beheren en bijhouden
van het register en het ondersteunen van de tuchtrechtspraak.
Binnen de vereniging zal er behoefte
zijn aan suborganisaties, die een bepaald specialisme vertegenwoordigen,
bijvoorbeeld gerechtstolken of tolken werkzaam in de gezondheidszorg.
Ook een indeling in regio's kan
van belang zijn om de belangen van de leden regionaal te behartigen
en om gespreid over het land bijscholingen te realiseren.

6. Financiering
Een brancheorganisatie behoort in principe gefinancierd te worden
vanuit de bijdragen die de leden zelf betalen. Het is immers een
vereniging van leden. Als de vereniging gesubsidieerd zou worden
ontstaat er gelijktijdig een afhankelijkheid van de overheid die
niet gewenst is. Denkbaar is dat de overheid sommige activiteiten
subsidieert zoals het bijhouden en beheren van het register omdat
een dergelijk register een publiek belang dient.
De KNMG heft contributie naar rato
van inkomen en ontvangt gemiddeld een bijdrage van circa 200 euro
per lid plus een bijdrage voor een suborganisatie. Een arts die
circa 40.000 euro verdient, betaalt in totaal circa 500 euro aan
contributies. De Orde van Advocaten rekent ongeacht het inkomen
van de advocaat ongeveer 700 euro per lid.
De inkomens van tolken en vertalers
lopen zeer uiteen, zodat een contributie naar rato van het inkomen
waarschijnlijk de meest realistische optie is.
Opgemerkt zij, dat contributies
voor de tolken die zelfstandig werken als bedrijfskosten kunnen
worden aangemerkt, zodat de kosten netto lager uitvallen. De bereidheid
om contributie te betalen is sterk afhankelijk van hetgeen de
leden aan een vereniging hebben. Als leden het gevoel hebben dat
de vereniging voor hun belangen opkomt en een goede service aan
de leden biedt, is de hoogte van de contributie minder een discussiepunt
dan wanneer dat niet het geval is.
Het ministerie van Justitie is
in principe bereid de oprichtingsfase van een branchevereniging
mee te betalen.

7. De bestaande organisaties
De oprichting van één branchevereniging kan door
de bestaande organisaties van tolken en vertalers gezien worden
als enerzijds een bedreiging voor de eigen positie en anderzijds
als een kans om de hele beroepsgroep naar een hoger niveau te
tillen. Tot ons genoegen is gebleken, dat de bestaande organisaties
bereid zijn mee te werken aan de oprichting van één
branchevereniging.
De branchevereniging kan alleen
tot stand komen als het idee gedragen wordt door de overgrote
meerderheid van de tolken/vertalers en hun organisaties. In de
oprichtingsfase zullen de huidige organisaties uitdrukkelijk betrokken
moeten worden bij het nader uitwerken van de organisatie van de
vereniging, het formuleren van de doelstellingen en het opstellen
van een werkplan voor de eerste drie jaar met een bijbehorende
begroting.
Ook binnen één branchevereniging
zal er ruimte zijn en behoefte bestaan aan gespecialiseerde suborganisaties.
Amstelveen, 20 september 2002
W&S Transition- en interimmanagement
W.G.C. Kok A. Kruyt

Bijlage
Er is gesproken met: