Stichting Tolkenbond
Nederlands Genootschap van Tolken en Vertalers
AIIC Congrestolken
Vereniging van Tolken en Vertalers TC
Vereniging van SIGV-gerechtstolken & -juridisch vertalers
Federatie IND Tolken
Stichting Politie Tolken & Vertalers
Vereniging Zelfstandige Vertalers
Stichting Vrouwennetwerk Vertalers en Tolken
Stichting Vertalersforum
Beslisdocument, Oktober 2003
Branchevereniging voor Tolken en Vertalers i.o.
INLEIDING
De bedoeling van dit document is om de leden van de verenigingen
die betrokken zijn bij het oprichtingsproces van de branchevereniging
voor tolken, te informeren over de grote lijnen. Op basis hiervan
en op basis van aanvullende informatie die de besturen zelf verschaffen,
worden de leden verzocht om in beginsel in te stemmen met het oprichten
van een branchevereniging en de besturen te machtigen door te gaan
met het proces van nadere invulling en precisering.
Het oprichten van de branchevereniging leidt niet tot onmiddellijke
opheffing van de bestaande organisaties. De huidige organisaties
blijven aanvankelijk bestaan naast de branchevereniging en naarmate
de branchevereniging geleidelijk aan tot stand komt, worden de
activiteiten van de organisaties afzonderlijk ondergebracht binnen
de branchevereniging.
In de opbouwfase zal eerst een stichting worden opgericht, die
de nodige rechtshandelingen kan verrichten om te komen tot de oprichting
van een vereniging.
Mocht de branchevereniging onverhoopt totaal niet van de grond
komen, dan is er nog een terugval mogelijk op de huidige situatie.
Van groot belang voor iedereen is dat in de opbouwfase van de branchevereniging
de belangenbehartiging gezamenlijk wordt gedaan, zodat naar buiten
toe de vertalers en tolken in Nederland eenduidig optreden. Eendracht
maakt nog altijd macht. De regering heeft aangekondigd met wettelijke
regelingen te komen en als we daar invloed op uit willen oefenen,
dan moeten we in eendracht functioneren.
Het beslisdocument bestaat uit:
Arriën Kruyt
24 oktober 2003
DE STRUCTUUR VAN DE BRANCHEVERENIGING VOOR TOLKEN EN VERTALERS
Versie 0.10
1. INLEIDING
Tijdens de vorige vergaderingen van de werkgroep Structuur hebben
wij gediscussieerd over de gewenste structuur van de branchevereniging.
Deze discussies hebben geleid tot deze versie 0.10. In deze versie
zijn tevens de opmerkingen van de stuurgroep verwerkt die zijn
gemaakt tijdens de vergadering op 22 oktober 2003.
2. DOEL
De branchevereniging is een vereniging van personen die het vak
van tolk en/of vertaler in Nederland beroepsmatig uitoefenen. De
vereniging stelt zich ten doel om de belangen van de leden in de
ruimste zin van het woord te behartigen.
3. UITGANGSPUNTEN
De structuur van de branchevereniging moet aan de volgende eisen
voldoen:
- een democratische controle door de leden;
- een slagvaardig bestuur van voldoende omvang om alle taken te kunnen uitvoeren;
- secties en commissies waarbinnen bepaalde activiteiten worden ondergebracht;
- een actieve deelname van leden binnen secties en commissies;
- helderheid naar binnen en naar buiten over de taken en verantwoordelijkheden van bestuur, secties en commissies;
- helderheid over de onderlinge relaties tussen bestuur, secties en commissies.
4. DEMOCRATISCHE CONTROLE EN ACTIEVE DEELNAME DOOR DE LEDEN
De democratische controle door de leden vindt normaliter plaats
door middel van een jaarvergadering, waar het bestuur verantwoording
aflegt voor het gevoerde beleid en zijn beleidsplannen voor het
volgende jaar aan de leden ter goedkeuring voorlegt. Een normaal
onderdeel van beleidsverantwoording houdt in dat de jaarrekening
en de begroting aan de leden worden voorgelegd ter goedkeuring.
Statutair moet vastgelegd worden dat als een bepaald aantal leden
of bestuursleden daarom vraagt er een extra ledenvergadering kan
worden gehouden.
Een actieve deelname van de leden wordt bevorderd door een goede
communicatie tussen bestuur en leden. Het is belangrijk dat het
bestuur daar structureel aandacht aan schenkt.
Door middel van een mededelingenblad, een e-mailbulletin en het
inrichten van een website kunnen de leden regelmatig op de hoogte
worden gehouden van het doen en laten van bestuur, secties en commissies.
Daarnaast dienen deze communicatiemiddelen er ook voor om ontwikkelingen
op het vakgebied te volgen en de kennis en vaardigheden van de
leden te vergroten.
5. BESTUUR
5.1 TIJD EN ONKOSTEN
Het kernprobleem voor besturen van brancheverenigingen is om geschikte
mensen bereid te vinden voldoende tijd en energie te besteden aan
het bestuurswerk. De bestuurders van deze branchevereniging zijn
tolken en vertalers die in veel gevallen ook hun eigen bedrijf
draaiende moeten houden.
Om te voorkomen dat de tijdsbelasting voor de bestuurders te groot
wordt, is het van belang dat er een sterk secretariaat komt dat
het bestuur kan ontlasten. Tevens is het van belang dat secties
en commissies het bestuur terzijde staan om te voorkomen dat het
bestuur alles zelf moet doen. Desondanks zal het bestuurswerk een
belasting in tijd blijven betekenen.
Het is derhalve wenselijk om de bestuurders een vergoeding te
geven voor het bestuurswerk. Een volledige honorering behoort echter
niet tot de financiële mogelijkheden, omdat er grenzen zijn
aan de hoogte van de te innen contributie van de leden.
De conclusie is dat gestreefd wordt naar een ruime onkostenvergoeding
en naar zoveel mogelijk ondersteuning door een goed secretariaat.
Een tweede conclusie is dat het werk verdeeld moet worden over
een groot aantal bestuursleden om de werklast te spreiden. Een
te groot aantal bestuursleden kan ten koste gaan van de slagvaardigheid
van het bestuur.
5.2 BESTUURSSAMENSTELLING
Op grond van het voorgaande is de volgende samenstelling en portefeuilleverdeling
gewenst:
- voorzitter
- vice-voorzitter
- penningmeester
- tweede penningmeester
- secretaris
- bestuurslid belangenbehartiging
- bestuurslid opleidingen
- bestuurslid toelating en klachtenbehandeling
- bestuurslid internationaal
- bestuurslid communicatie
Het bestuur wordt ondersteund door een ambtelijk secretaris, die
geen deel uitmaakt van het bestuur maar wel alle vergaderingen
bijwoont. De ambtelijk secretaris geeft leiding aan het secretariaat
van de vereniging. De functie van het secretariaat wordt nader
omschreven in paragraaf 6 van dit document.
De functie van voorzitter behoeft op het eerste gezicht geen nadere
toelichting. De voorzitter leidt de vergaderingen en bewaakt het
geheel binnen een vereniging. De voorzitter is tevens het gezicht
naar buiten. Er wordt naar gestreefd om een voorzitter aan te trekken
die evenwichtig de vereniging kan leiden en de vereniging goed
extern kan vertegenwoordigen. Een buitenstaander kan daarbij van
grote waarde zijn. De statuten zullen zo geformuleerd worden dat
het mogelijk wordt om indien nodig bestuursleden aan te trekken
die zelf geen vertaler of tolk zijn.
De vice-voorzitter vervangt de voorzitter. In de praktijk ontstaat
er vaak een werkverdeling tussen voorzitter en vice-voorzitter.
Vaak is de voorzitter meer extern gericht en concentreert de vice-voorzitter
zich vooral op de interne taken.
De taak van de penningmeester is duidelijk. Goede penningmeesters
zijn overigens schaars. De functie van tweede penningmeester komt
weinig voor binnen stichtings- en verenigingsbesturen en behoeft
derhalve meer toelichting. Het penningmeesterschap is over het
algemeen een zware functie, waarvoor moeilijk vrijwilligers te
vinden zijn. Een tweede penningmeester verlicht het werk en maakt
ook een nadere onderlinge taakverdeling mogelijk. De eerste penningmeester
kan zich bijvoorbeeld concentreren op het financieel beleid op
de lange termijn en zorgen voor de (meer)jarenbegroting en het
financieel jaarverslag. De tweede penningmeester richt zich dan
op de boekhouding en de interne financiën van de secties en
commissies. De penningmeesters zorgen voor de begroting en het
financieel jaarverslag, dat door een accountant moet worden goedgekeurd
alvorens het aan de ledenvergadering kan worden voorgelegd.
De secretaris van de vereniging heeft tot taak om samen met de
voorzitter de bestuurs-vergaderingen voor te bereiden en om belangrijke
brieven te concipiëren en waar nodig te ondertekenen. Hij
geeft samen met de voorzitter leiding aan de ambtelijk secretaris.
Het bestuurslid belangenbehartiging doet het werk niet alleen,
maar zal vaak in overleg met de voorzitter de organisaties naar
buiten representeren. Dit bestuurslid moet beschikken over de vaardigheid
om te onderhandelen met grote marktpartijen.
Het bestuurslid opleidingen is verantwoordelijk voor het in samenspraak
met opleidingsinstituten zorgen voor goede opleidingen en bijscholingen.
Het bestuurslid toelating en klachtenbehandeling is verantwoordelijk
voor een goede toelatingsregeling. Daar zullen gespecialiseerde
commissies voor komen, maar het bestuurslid is bestuurlijk hiervoor
verantwoordelijk.
Het bestuurslid internationaal is er om alle internationale ontwikkelingen
te volgen en waar nodig de branche daarvan op de hoogte te houden
en ervoor te zorgen dat er tijdig wordt ingesprongen op deze ontwikkelingen.
Het ligt in de lijn der verwachtingen dat met name de wet- en regelgeving
van de Europese Unie steeds belangrijker wordt voor het beroep
van tolken en vertalers.
Het bestuurslid communicatie is verantwoordelijk voor een goede
communicatie zowel binnen de organisatie als naar buiten. Het succes
van een vereniging valt en staat met een goede communicatie tussen
bestuur en leden en tussen leden onderling, maar het gaat hierbij
ook om zaken als verbetering van het imago van tolken en vertalers
en public relations in de ruime zin van het woord.
Van alle bestuursfuncties worden profielschetsen gemaakt met een
inschatting van de reële belasting in tijd, zodat op grond
van heldere criteria bestuursleden gezocht en gevraagd kunnen worden.
Het gaat er in de eerste plaats om dat er goede bestuurders gevonden
worden. Vervolgens moet er op gelet worden dat er binnen het bestuur
in zijn totaliteit zowel tolken als vertalers zijn vertegenwoordigd
en dat niet een bepaalde specialisatie in de branche is oververtegenwoordigd.
De leden moeten zich in het bestuur kunnen herkennen.
5.3 WERKWIJZE VAN HET BESTUUR
Een goed bestuur werkt aan de hand van een meerjarenbeleidplan
en een jaarplan. Dat voorkomt dat er alleen maar ad-hocbeleid wordt
gevoerd en slechts op incidenten wordt gereageerd. Het meerjarenbeleid
en het jaarplan moeten worden goedgekeurd door de algemene ledenvergadering,
zodat leden en bestuur van dezelfde verwachtingen uitgaan.
Het bestuur zal in principe acht keer per jaar vergaderen. In
het begin zal de vergader-frequentie wellicht hoger moeten zijn.
Er zal een dagelijks bestuur (DB) worden gevormd bestaande uit
voorzitter, vice-voorzitter, de secretaris en het bestuurslid communicatie.
De ambtelijk secretaris ondersteunt het dagelijks bestuur. Desgewenst
kunnen - afhankelijk van de agenda - andere bestuursleden de DB-vergadering
bijwonen.
De leden van het bestuur verdelen onder elkaar de secties en commissies.
De bestuursleden hoeven niet alle vergaderingen van de betreffende
sectie of commissie bij te wonen, maar houden zich wel op de hoogte
van wat er speelt binnen een sectie of commissie. Omgekeerd dienen
zij als aanspreekpunt voor de betreffende sectie of commissie.
6. SECRETARIAAT
Bestuur, secties en commissie hebben behoefte aan ondersteuning
door een secretariaat. De beschikbaarheid van financiële middelen
bepaalt in hoge mate de mogelijkheden. De grootste organisatie,
het NGTV, heeft nu het secretariaat uitbesteed aan een bureau.
Andere organisaties hebben op andere wijze ondersteuning geregeld
of doen het geheel zonder.
Hoewel de begroting nog niet gereed is, kan hierover toch wel
het een en ander gezegd worden. Uit de discussies in de werkgroepen
blijkt dat er behoefte bestaat aan een secretariaat dat deels inhoudelijke
ondersteuning biedt en deels administratieve werkzaamheden verricht.
Een ruwe inschatting van de financiële mogelijkheden duidt
erop dat één ambtelijk secretaris en twee (parttime)
administratieve krachten betaald zouden kunnen worden. De ambtelijk
secretaris moet iemand zijn die in staat is om beleidsnotities
voor het bestuur en voor sommige commissies te schrijven. Indien
gewenst moet deze persoon ook bestuursleden kunnen ondersteunen
bij externe vertegenwoordigingen van het bestuur. De administratieve
krachten hebben duidelijk andere taken: bijhouden van de ledenadministratie,
verzenden van stukken en notuleren van vergaderingen etc.
7. SECTIES
7.1 CRITERIA VOOR SECTIES
Het belang van secties is dat daar de kwesties of belangen van
een specifieke beroepsgroep binnen de wereld van tolken en vertalers
kunnen worden behandeld. Een sectie bestaat uit leden die bij die
beroepsgroep horen. De criteria om te komen tot de oprichting van
een sectie zijn:
- een gemeenschappelijk vakgebied;
- de behoefte bij de leden om tot de oprichting van een sectie te komen.
Op grond hiervan is voorshands te denken aan de volgende secties:
- literaire vertalers
- congrestolken
- gerechtstolken en -vertaler
- Ind-tolken en -vertalers
- politietolken en -vertalers
- tolken gebarentaal
- technisch-wetenschappelijk vertalers
- zelfstandige vertalers en tolken
- medische tolken en vertalers
- TVCN-tolken en -vertalers
Na rijp beraad is besloten om toch niet één grote
sectie justitie- en vreemdelingenrechtelijke tolken voor te stellen.
Deze sectie zou bevatten de gerechtstolken, de Ind-tolken en de
politietolken. Deze sectie zou te groot worden om bestuurbaar te
zijn. Omdat al deze secties direct of indirect met het departement
van Justitie te maken hebben is het wel gewenst dat er tussen de
besturen van deze secties een goed overleg met het bestuur van
de vereniging ontstaat om de gezamenlijke belangen goed te kunnen
behartigen.
Het aantal secties zal niet in de statuten worden vastgelegd om
de nodige flexibiliteit in te bouwen. In het beleids- en jaarplan
zal worden aangegeven welke secties er zijn en wat hun activiteiten
inhouden. Bij de start van de branchevereniging zal rekening worden
gehouden met de historisch gegroeide situatie, zodat de vertalers
en tolken in de branchevereniging terugvinden wat zij voorheen
gewend waren.
7.2 LIDMAATSCHAP VAN EEN SECTIE
De vraag is hoe open of besloten een sectie zou moeten zijn. Een
besloten sectie bestaat uitsluitend uit personen die op grond van
hun kwalificaties als dusdanig geregistreerd staan. Het praktische
probleem is dat velen zowel als tolk en als vertaler werken. Anderen
zijn bijvoorbeeld zowel werkzaam als IND-tolk en als gerechtstolk.
Ook kan het zijn dat iemand in de loop van zijn beroepsleven van
richting verandert. Dat pleit voor het openhouden van secties en
het toelaten van leden tot een bepaalde sectie op aanvraag. Bij
volledige openheid wordt gevreesd dat bij discussies over belangen,
mensen die niet volledig werkzaam zijn binnen een bepaalde sectie
de boventoon voeren. Waarschijnlijk is deze vrees ongegrond, omdat
in de praktijk mensen zich alleen maar zullen aanmelden voor een
sectie als zij daar een beroepsmatig belang bij hebben. Bij discussies
over belangen blijkt snel genoeg of de discussie gevoerd wordt
door mensen die volledig in die sfeer werkzaam zijn of niet.
7.3 WERKWIJZE VAN SECTIES
Een sectie kent een bestuur van drie tot vijf leden dat de bijeenkomsten
voorbereidt. Ook een sectiebestuur doet er goed aan om een beleids-
en werkplan met een bijbehorende begroting op te stellen. Beleidsplan
en werkplan worden evenals de begroting ter goedkeuring aan de
leden en het bestuur van de vereniging voorgelegd.
Het voordeel van secties is dat daardoor een actievere deelname
van de leden ontstaat. Het gevaar bestaat dat een sectie zijn eigen
leven gaat leiden en los komt te staan van de organisatie. Om dat
te voorkomen is het van belang dat elke sectie regelmatig contact
houdt met een bestuurslid en dat er regelmatig naar het bestuur
en de ledenvergadering wordt teruggekoppeld. Om te voorkomen dat
de vereniging uiteenvalt in los van elkaar opererende secties moet
worden afgesproken dat besluiten alleen genomen kunnen worden door
het bestuur en door de algemene ledenvergadering en dat uitsluitend
het bestuur de vereniging naar buiten vertegenwoordigt. Uiteraard
zal het bestuur de sectie van tevoren goed raadplegen alvorens
een besluit wordt genomen of een belangrijke vertegenwoordiging
naar buiten plaatsvindt.
8. COMMISSIES
8.1 ALGEMEEN
Behalve secties kent de branchevereniging ook commissies, waarbij
een onderscheid gemaakt moet worden tussen permanente, tijdelijke
en externe commissies. De commissies werken onder verantwoordelijkheid
van een lid van het bestuur. Het bestuur formuleert voor elke commissie
een heldere taakomschrijving en stelt indien nodig een begroting
voor die commissie vast. De omvang van een commissie is afhankelijk
van de aard van te behandelen onderwerpen. Elke commissie kent
ten minste drie leden, waaronder een voorzitter en een secretaris.
Aan het eind van het kalenderjaar rapporteert elke commissie schriftelijk
over de verrichte werkzaamheden. Het bestuur neemt deze rapportages
op in het jaarverslag aan de leden.
8.2 PERMANENTE COMMISSIES
De volgende permanente commissies zijn voorzien:
- Commissie opleidingen en bijscholing. Deze commissie houdt zicht
op de kwaliteit van opleidingen voor tolken en vertalers, signaleert
eventuele tekortkomingen en lacunes en houdt contact met de aanbieders
van opleidingen en bijscholingen. Het doel is om een zo gevarieerd
mogelijk aanbod van opleidingen en bijscholingen tot stand te brengen.
- Commissie van toelating. Deze commissie bepaalt of iemand wordt
toegelaten tot de branchevereniging en onder welke specialisatie
iemand wordt ingeschreven in het register. Deze commissie neemt
deel in het orgaan dat toezicht houdt op het register van tolken
en vertalers.
- Commissie belangenbehartiging. Deze commissie houdt zich bezig
met de collectieve belangenbehartiging van de leden en dient vooral
als ondersteuning van het betreffende bestuurslid. Individuele
belangenbehartiging zal zo veel mogelijk gebeuren via een advocatenkantoor
dat contractueel aan de branchevereniging wordt verbonden. De commissie
belangenbehartiging onderhoudt een netwerk van contactpersonen
bij grote opdrachtgevers zoals rechtbanken en uitgeverijen. Deze
contactpersonen hebben tot taak om op lokaal niveau belangen te
behartigen van vertalers en tolken bij deze grote opdrachtgevers.
- Commissie financiën. Deze commissie adviseert het bestuur
over het financieel beleid op lange termijn en assisteert de penningmeesters
bij hun werkzaamheden.
- Commissie pers en publiciteit. Deze commissie ontwikkelt een
goed PR-beleid en ondersteunt het bestuurslid communicatie met
raad en daad.
- Commissie juridische zaken. Deze commissie adviseert het bestuur
over juridische aangelegenheden, die de branchevereniging raken.
Een taak voor de korte termijn is om de algemene voorwaarden te
ontwerpen, die de leden kunnen hanteren bij het aannemen van een
opdracht.
- Commissie uitreiking prijzen. Deze commissie organiseert een
jaarlijkse uitreiking van prijzen aan tolken of vertalers die een
bijzondere prestatie op hun vakgebied hebben geleverd. De bedoeling
van prijzen is om mensen te stimuleren goede producten te leveren
en gelijktijdig het imago van het beroep te verbeteren.
- Klachtencommissie. Deze commissie behandelt klachten over leden
en toetst de klachten aan de statuten en de gedragscode van de
branchevereniging.
- Commissie van beroep. Deze commissie dient als intern beroepsorgaan
als iemand het niet eens is met een beslissing van een commissie
of bestuur. Het is raadzaam om een jurist van buiten te vragen
deze commissie voor te zitten om de onafhankelijkheid van deze
commissie te benadrukken.
- Commissie advisering starters. De leden van deze commissie fungeren
als helpdesk voor beginnende tolken en vertalers die als eigen
ondernemer gaan werken.
- Commissie internationale zaken. Deze commissie volgt de internationale
ontwikkelingen rond het beroep van tolken en vertalers en adviseert
het bestuur ter zake.
- Congrescommissie. Deze commissie heeft tot taak om jaarlijks
een congres te organiseren voor de leden.
8.3 TIJDELIJKE COMMISSIES
Voor problemen van tijdelijke en niet-structurele aard kan het
bestuur commissies in het leven roepen. Bijvoorbeeld een commissie
die zich bezighoudt met een wetsontwerp dat aanhangig is. Of een
commissie die tot taak krijgt nieuwe eisen voor toelating te formuleren.
Het is van belang dat een commissie een duidelijke taakomschrijving
van het bestuur meekrijgt en regelmatig terugkoppelt naar het bestuur.
8.4 EXTERNE COMMISSIES
De branchevereniging zal ongetwijfeld verzocht worden om deel
te nemen aan commissies van anderen, bijvoorbeeld aan examencommissies,
commissies die de inzet van tolken en vertalers bij grote opdrachtgevers
bewaken en aan commissies van de overheid die zich bezig houden
met het beroep van tolken en vertalers.
Het is van belang dat het bestuur er zicht op houdt wie er namens
de branche in een bepaalde commissie deelneemt en dat het betreffende
commissielid via een bestuurslid of rechtstreeks regelmatig aan
het bestuur rapporteert. Ook deze rapportages horen thuis in de
verantwoording die het bestuur aflegt aan de leden van de vereniging.
9. REGIO’S
Vele landelijke ledenorganisaties kennen regio’s met een
regiobestuur. De functie van regio’s is om zaken te bespreken
en te regelen die in de betreffende regio spelen, alsmede om leden
die ver van het centrum des lands wonen in de gelegenheid te stellen
scholingsbijeenkomsten en dergelijke te bezoeken. Het NGTV heeft
het land ingedeeld in 10 kringen, die goed functioneren. Deze indeling
zou gehandhaafd kunnen blijven.
10. VERTAAL- EN TOLKENBUREAUS
Het lidmaatschap van de branchevereniging staat open voor tolken
en vertalers als persoon. De bedoeling is dat de tolken en de vertalers
de leden vormen van de branchevereniging en niet de bureaus. Een
eigenaar van een vertaalbureau die zelf voldoet aan de eisen van
tolk of vertaler kan als persoon lid worden van de branchevereniging,
mits hij of zij voldoet aan de criteria voor het lidmaatschap van
de brancheverenging.

GLOBALE BEGROTING BRANCHEVERENIGING VOOR
TOLKEN EN VERTALERS
Versie 0.3
1. ENKELE UITGANGSPUNTEN:
- De structuurnota
- Een bijdrage van het ministerie van Justitie voor de jaren 2004, 2005 en 2006.
- Een voorlopig naast elkaar blijven bestaan van de bestaande verenigingen en de branchevereniging.
- Een contributie die hoog genoeg is om de kosten te dekken.
2. DE STRUCTUURNOTA
De structuurnota gaat uit van een bestuur, secties, commissies
en een professioneel secretariaat. De leden van het bestuur zullen
conform de structuurnota een bescheiden onkostenvergoeding ontvangen
in de vorm van vacatiegeld of een andere wijze van vergoeding.
Over vergoedingen aan leden van sectiebesturen en commissies wordt
in de structuurnota niet gesproken. Het is verstandig om de leden
van de sectiebesturen en van de commissies een vergoeding voor
reiskosten te betalen.
De grote kosten worden gevormd door de personeelslasten voor het
secretariaat. De structuurnota gaat uit van een ambtelijk secretaris
die in staat is inhoudelijke notities te schrijven en het bestuur
met raad en daad terzijde te staan. Om een man of vrouw op niveau
te krijgen, die bovendien stressbestendig moet zijn, is een salaris
van circa
€
70.000 nodig. Inclusief werkgeverslasten wordt dat circa €100.000.
De in de structuurnota voorziene twee administratieve medewerkers
kosten ieder ongeveer € 35.000 inclusief werkgeverslasten.
De structuurnota gaat niet expliciet maar wel impliciet uit van
een eigen klein kantoor. De aan het kantoor te stellen eisen zijn
werkruimten voor het secretariaat, een vergaderruimte voor het
bestuur, de sectiebesturen en de commissies. Een locatie in het
centrum van Nederland en een goede bereikbaarheid per auto en het
openbaar vervoer zijn voor de hand liggende eisen. Om de kosten
te drukken kan het verstandig zijn om faciliteiten als een telefooncentrale,
balie, parkeergelegenheid en dergelijke te delen met andere organisaties
in hetzelfde gebouw(shared services).
De overige kosten liggen vooral in de sfeer van communicatie,
te weten een blad, een
e-mailbulletin, een website en bijeenkomsten met leden alsmede
in de vergaderkosten van secties en commissies.
3. SUBSIDIE VAN HET MINISTERIE
Het ministerie heeft informeel laten weten bereid te zijn in de
eerste drie jaar € 250.000 bij te dragen. Geld is altijd welkom,
maar brengt het risico van afhankelijkheid met zich mee. Er zijn
veel voorbeelden van instellingen die door de overheid worden betaald
maar toch de mogelijkheid hebben om zich richting diezelfde overheid
kritisch uit te laten. Er zijn ook instellingen die zich door de
financiële afhankelijkheid van de subsidiënt volledig
de mond hebben laten snoeren. Als er wederzijds respect is voor
de positie en de rol van de andere partij blijft de onafhankelijkheid
onaangetast ondanks een subsidierelatie.
Het hangt aan onze kant van de lijn in hoge mate af van de bestuurlijke
kwaliteit van het bestuur van de branchevereniging.
Een groter probleem voor de branchevereniging is de situatie als
na drie jaar de subsidie ophoudt. Dat betekent dat tegen die tijd
het verlies aan subsidie moet worden gecompenseerd door andere
inkomsten of dat de activiteiten van de vereniging moeten worden
verminderd.
Een voordeel van de subsidiëring is dat de contributie in
eerste instantie laag kan blijven en vermeden kan worden dat de
leden van de verenigingen zowel veel contributie moeten blijven
betalen aan de huidige eigen vereniging als aan de branchevereniging.
4. BESTAANDE VERENIGINGEN EN DE BRANCHEVERENIGING
Het naast elkaar voortbestaan van de huidige verenigingen heeft
behalve beleidsmatige ook financiële consequenties. De gedachte
is dat de verenigingen geleidelijk hun taken zullen overdragen
aan de branchevereniging en als de branchevereniging onverhoopt
zou stranden de verenigingen hun taken weer zouden kunnen oppakken.
Het lastige van deze constructie is dat er tijdelijk dubbele structuren
ontstaan en als we niet oppassen ook dubbele kosten gemaakt worden.
We zijn het er ook over eens dat het oprichten van de branchevereniging
er niet toe moet leiden dat de vertalers en tolken dubbele contributie
moeten gaan betalen.
Als we dat laatste tot uitgangspunt verheffen moeten we kijken
wat dat in de praktijk betekent.
Er zijn dan de volgende mogelijkheden:
- De leden betalen contributie aan hun huidige organisatie en
daarnaast aan de branchevereniging, waarbij het totaal bedrag,
behoudens een kleine verhoging wegens inflatie e.d. hetzelfde blijft;
- De leden betalen contributie aan hun huidige vereniging en de
verenigingen dragen af aan de branchevereniging.
5. DE HOOGTE VAN DE CONTRIBUTIE
In het voorgaande is nog geen uitspraak gedaan over de hoogte
van de contributie. Contributie is en blijft een gevoelig onderwerp.
De leden willen liefst zoveel mogelijk activiteiten en een zo laag
mogelijke contributie. Het is duidelijk dat hierin een tegenstrijdigheid
schuilt. De hoogte van de contributie verschilt momenteel van organisatie
tot organisatie. Het beeld wordt nog ingewikkelder omdat er veel
mensen zijn met dubbele lidmaatschappen, zodat er nu zeer verschillende
bedragen per persoon worden betaald. Het lijkt vanuit het gelijkheidsbeginsel
verstandig als de hoogte van het totaal te betalen bedrag straks
voor alle leden hetzelfde is, ongeacht de vereniging waar zij nu
lid van zijn. Als dezelfde hoogte nog niet haalbaar is in 2004
zou dat jaar gezien kunnen worden als een overgangsjaar en zou
dezelfde hoogte in 2005 gerealiseerd moeten worden. In hetzelfde ‘overgangsdenken’ past
het om het bedrag geleidelijk aan te verhogen naarmate de branchevereniging
meer zichtbare activiteiten gaat ontplooien.
Een aspect van de contributie voor zelfstandigen is de fiscale
aftrekbaarheid. Voor het jaar 2004 is uitgegaan van een gemiddelde
contributie van € 30 voor de branchevereniging en van 1.500
betalende leden.
6. RESERVERING
Een verstandig financieel beleid houdt ook in dat er geleidelijk
aan een reserve wordt opgebouwd om tegenvallers te kunnen opvangen.
7. GLOBALE CONCEPT-BEGROTING OP HOOFDPUNTEN IN 2004
| Uitgaven |
| Bestuurskosten |
€ 30.000 |
| Personeel |
€ 170.000 |
| Huisvesting |
€ 25.000 |
| Communicatie |
€ 20.000 |
| Activiteiten |
€ 25.000 |
| Reservering |
€ 27.000 |
| Totaal |
€ 297.000 |
| Inkomsten |
| Subsidie Ministerie |
€ 250.000 |
| Contributies |
€ 45.000 |
| Tekort |
€ 2.000 |
| Totaal |
€ 297.000 |

EEN OVERZICHT VAN DE TE BEHARTIGEN
BELANGEN
Versie 0.1
1. INLEIDING
Een branchevereniging behartigt de belangen van de leden en treedt
namens de leden naar buiten als onderhandelingspartner. Om dat
te kunnen doen moet er overeenstemming zijn over de belangen die
behartigd moeten worden en dienen de ledenvergadering en het bestuur
prioriteiten te stellen.
Belangenbehartiging is niet alleen direct materiële belangenbehartiging
maar ook het bevorderen van het imago van het beroep van vertaler
en tolk.
2. ERKENNING VAN HET BEROEP
Het beroep van vertaler en tolk heeft geen wettelijke bescherming.
Hier ligt voor de branchevereniging een schone taak om daar verandering
in aan te brengen. Nu de regering heeft aangekondigd met een wetsontwerp
te komen dat de positie van tolken en vertalers gaat regelen en
daarbij ook een wettelijke basis te geven aan het register wordt
daarmee een begin gemaakt met een wettelijke erkenning van het
beroep. Er zijn reële kansen voor een branchevereniging om
deze ontwikkeling te benutten voor een algehele erkenning van het
beroep.
3. DIRECTE BELANGENBEHARTIGING
De honorering voor de werkzaamheden van vertalers en tolken liggen
in vergelijking met de honorering voor werkzaamheden waarvoor een
gelijkwaardig opleidingsniveau vereist wordt, aan de lage kant.
Er moet dus ruimte zijn om de tarieven per uur en per woord te
verhogen. Een ander belang dat in deze sfeer behartigd moet worden
is het naar behoren vergoeden van werkzaamheden verricht gedurende
de avonden en weekenden. Ook voor verbetering vatbaar zijn regelingen
rond het annuleren van opdrachten, alsmede regelingen inzake reis-
en wachttijden.
Specifiek voor vertalers is het belang van afspraken over de ondergrens
van de tarieven. Vertalen en tolken gebeurt in een vrije markt,
maar dat wil niet zegen dat het onmogelijk is om afspraken te maken
over de gewenste bandbreedte, zoals dat ook bij andere beroepsgroepen
gebeurt.
4. COLLECTIEVE VERZEKERINGEN
En branchevereniging met veel leden is een aantrekkelijke en sterke
onderhandelingspartner voor verzekeringsmaatschappijen en kan goedkopere
verzekeringsovereenkomsten afsluiten dan iedere vertaler of tolk
apart. Als dat goed gebeurt zijn de kosten van het lidmaatschap
snel terugverdiend.
5. ALGEMENE VOORWAARDEN
Vertalers en tolken werken doorgaans op basis van contracten met
opdrachtgevers. Een goede uitgebalanceerde overeenkomst met algemene
voorwaarden kan veel onheil voorkomen en versterkt de positie van
tolken en vertalers bij conflicten. De branchevereniging kan zo’n
standaardovereenkomst ontwerpen en bijdragen aan de acceptatie
ervan.
6. ARBEIDSOMSTANDIGHEDEN
Tolken en vertalers worden nogal eens blootgesteld aan arbeidsomstandigheden
die niet voldoen aan de Arbo-normen. Te noemen zijn lange werktijden
zonder rustpauzes, geen of slechte stoelen, geen goede werkruimten.
Het is de taak van de branchevereniging om daar door middel van
voorlichting en overleg verbetering in aan te brengen.
7. PR-BELEID
Het vak van vertaler is bij het grote publiek onbekend en als
tolken in de publiciteit komen is het meestal negatief. De huidige
versnippering van het veld draagt ook niet bij aan een goed imago
van het beroep van vertaler of tolk. Er is hier nog een wereld
te winnen en een sterke solide overkomende branchevereniging van
vertalers en tolken kan veel bijdragen aan een grotere bekendheid
en een beter imago van het beroep.
8. DESKUNDIGHEIDSBEVORDERING
Op dit gebied gebeurt door de verenigingen afzonderlijk al veel
in de vorm van bijeenkomsten, cursussen, workshops en congressen.
Gezamenlijk kan het aanbod vergroot en verbeterd worden. Er is
volstrekte overeenstemming dat dit soort activiteiten van belang
zijn voor de leden om hun vakkennis in de ruime zin van het woord
op peil te houden.

ERECODE BRANCHEVERENIGING TOLKEN EN VERTALERS
I.O.
Versie 0.3
- De tolk of vertaler dient van onbesproken gedrag en integer te zijn.
De tolk of vertaler is uiterst terughoudend in het aannemen van giften
of tegenprestaties anders dan de afgesproken honorering.
- De tolk of vertaler dient zich bewust te zijn van de grote
verantwoordelijkheid die de taak van tolk en vertaler met zich
meebrengt. Hij dient bij de uitvoering van deze taak zijn gehele
vakkennis en bekwaamheid in dienst van de opdrachtgever te stellen
en neemt slechts opdrachten aan waartoe hij de vereiste kennis
en vaardigheden bezit.
- De tolk of vertaler zal een neutrale positie innemen tijdens
het uitvoeren van de opdracht en zal zich uitsluitend als intermediair
opstellen. Hij onthoudt zich ervan zichzelf of derden te bevoordelen
door gebruik te maken van hetgeen in en door de uitoefening van
zijn functie te zijner kennis komt. De tolk of vertaler zal niet
het gesprek voeren namens of in plaats van één der
partijen. De taak van de tolk of vertaler is louter de communicatie
tussen de partijen te vergemakkelijken.
- De tolk of vertaler zal tegenover derden strikte geheimhouding
betrachten omtrent alle zaken die hem in zijn hoedanigheid van
tolk of vertaler ter kennis komt of uit hoofde van zijn werkzaamheden
wordt verkregen. De geheimhoudingsplicht vervalt als de tolk of
vertaler op grond van een wettelijke regeling informatie moet
verschaffen.
- De tolk of vertaler draagt volledige verantwoordelijkheid voor
de kwaliteit van de door hem uitgevoerde vertalingen.
- De vertaler geeft slechts door hem zelf vervaardigde vertalingen
voor de zijne uit.
Bij een beëdigde vertaling waarmerkt de vertaler als persoon
iedere vertaling met zijn naam en zet zijn naam en/of stempel alleen
onder door hem zelf vervaardigde vertalingen en hecht de vertaling
aan de brontekst.
- De tolk of vertaler onthoudt zich van elke vorm van onwaardig
gedrag en onwaardige concurrentie jegens andere tolken of vertalers.
- Een tolk of vertaler die merkt dat zijn vertrouwensrelatie
met één der partijen in het geding komt kan zich
terugtrekken uit zijn opdracht.
- Ieder lid dient de erecode te ondertekenen en zich aan deze
code te houden.
- Waar in deze code het woord “hij” of “zijn” staat,
dient eveneens “zij” respectievelijk “haar” gelezen
te worden.
