Basistekst
Deze tekst kan niet worden beschouwd als verslag van de rede. Alleen de uitgesproken tekst geldt. |
Toespraak van de minister van Justitie, mr. J.P.H. Donner, ter gelegenheid
van het congres ‘Met andere woorden’ georganiseerd door de branchevereniging
van tolken en vertalers i.o., op 29 november 2003 te Utrecht.
Bonna sera, goedemiddag. Nee, dames en heren,
ik kom hier niet om me aan te melden als lid van uw vereniging maar
omdat u – voor het eerst - een bewindsman van Justitie hebt gevraagd
zijn licht te laten schijnen over het beroep van tolk en vertaler.
Dat dat juist nu gebeurt is, denk ik, niet helemaal toevallig. Elf
organisaties die thans uw belangen behartigen staan op het punt te
besluiten de krachten te bundelen en één branchevereniging
te vormen. Met dat besluit feliciteer ik u graag op voorhand van harte.
Het is van groot belang ook voor het justitiebeleid. Ik zal dat nog
duidelijk maken.
Dames en heren,
Tolken en vertalers zijn in onze samenleving van toenemend belang.
De internationale contacten worden frequenter, de wederzijdse belangen
groter.
Bovendien komen al enkele decennia groepen anderstalige vreemdelingen
naar Nederland om hier tijdelijk te wonen, te werken of met het voornemen
zich permanent te vestigen.
Om al dat intermenselijk verkeer soepel te laten verlopen en adequaat
met elkaar te communiceren, is het nodig de taalbarrières
te slechten. De geschiedenis leert dat taalgrenzen altijd scherper
zijn dan staatskundige grenzen. Onze zuiderburen kennen zelfs een
Wet op de taalgrens. Wittgenstein zei het al: “De grenzen van
mijn taal zijn de grenzen van mijn wereld.” Dat is niet modern
maar al zo oud als de torenbouw van Babel. Ook daar het inzicht:
sla mensen in hun communicatievermogen en je slaat ze in hun vermogen
tot samenwerking en daarmee hun vermogen tot samenleven.
Taal hoeft overigens niet het enige probleem te zijn. Ondanks dezelfde
taal verstaan we elkaar steeds minder. De problemen worden geïllustreerd
in de Europese Unie.
De 15 landen van de Europese Unie hanteren 11 werktalen, dat zijn
110 vertaalcombinaties. De vraag dient zich aan hoe groot de verwarring
wordt als er straks 25 landen lid zijn en er twintig werktalen worden
gehanteerd.
Internationalisering leidt gelijktijdig tot verlies aan één
spreektaal. Volgens Neil Kinnock - als Europees commissaris verantwoordelijk
voor tolk- en vertaaldiensten van de EU - vormde het latijn hier
ooit een goede oplossing voor. “Ze hadden die taal nooit moeten
laten gaan”.
Als dienstverlener stelt u mensen in staat iets te lezen of te horen
wat ze anders niet kunnen begrijpen. Vroeger beperkte het vertalen
zich bijna uitsluitend tot literaire, filosofische en theologische
teksten maar dat is tegenwoordig slechts een onderdeel. Uw werk bestrijkt
nu praktisch alle facetten van het menselijk bedrijf waarbij u zich
beweegt op sterk verschillende terreinen. Van het tolken voor de
recherche bij een strafrechtelijk onderzoek of het verhoor door een
rechter-commissaris, tot het vertalen van juridische, financieel-economische
en politieke verhandelingen en overeenkomsten. Kortom, complexe situaties
die naast een gedegen algemene kennis van taal en cultuur ook kennis
van het betreffende vakgebied vragen. Mensen met zo’n achtergrond
in één vereniging bijeenbrengen is geen eenvoudige
opgave. Alleen dode vissen "zwemmen" met de stroom mee.
Kunstenaars daarentegen – en dus ook woordkunstenaars want
dat bent u - zijn vaak buitengewoon eigenwijs en hebben soms weinig
behoefte naar anderen te luisteren. (Dat laatste lijkt me voor tolken
overigens nogal onhandig).
Ten tijde van Cicero bestond er al grote verdeeldheid over de juiste
wijze van vertalen. Dat is vandaag de dag niet anders. Dat bewijst
wel het grote aantal beroepsorganisaties die actief zijn op het terrein
van Justitie.
Dames en heren, u bent vandaag op weg naar eenheid in verscheidenheid.
Eerlijk gezegd betwijfel ik of de titel van het congres “Met
andere woorden” daarvoor toereikend is. Wil men begrepen worden
dan moet men zijn taal aanpassen aan degene tot wie men spreekt of
aan wie men schrijft. Dat wist Hieronymus, de eerste bijbelvertaler
(de Vulgata) al. Hij schreef 1600 jaar geleden in zijn brief aan
Pammachius “de optimo genere interpretandi” dat men ofwel “woorden” ofwel “betekenissen” vertaalt.
In het eerste geval vertaalt men immers woordelijk, in het tweede
geval vrij. Hieronymus gaf de voorkeur aan de vrije methode. Een
woord-voor-woordvertaling was volgens hem alleen nodig bij meerdere
betekenissen; een vrije vertaling zou in zo’n geval al gauw
leiden tot aantasting van God’s woord. Veel later verklaart
Maarten Luther zich onomwonden voorstander van de vrije vertaalmethode.
De bijbel moet door het volk gelezen kunnen worden. Met deze vertaalopvatting
gaf Luther overigens het startschot voor de Reformatie en de nationale
talen. De boekdrukkunst heeft de ontwikkeling van nationale talen
verder versterkt.
Dames en heren, op het departement van Justitie zijn we momenteel
bezig met het ontwikkelen van beleid dat uw werk direct beïnvloedt.
Dat is beleid waarmee in de taakverdeling op ons ministerie zowel
minister van Vreemdelingenzaken en Integratie, mevrouw Verdonk, als
ik bemoeienis hebben. Ik wil hier ingaan op de relatie tussen tolk-
en vertaaldiensten en het inburgeringsbeleid en op het beleid inzake
de eisen aan tolken en vertalers die werkzaam zijn binnen het justitiële
domein.
Het eerste punt – en daarmee raak ik de portefeuille van mevrouw
Verdonk, maar het betreft wel het kabinetsbeleid – is de samenhang
tussen inburgering en het verwerven van taalvaardigheid en de aanspraak
op kostenloze tolk- en vertaaldiensten.
Instanties en hulpverleners kunnen bij communicatieproblemen met
anderstaligen gratis een beroep doen op het Tolk- en vertaalcentrum
Nederland op grond van de subsidieregeling Tolkencentra. Deze regeling
stamt uit de jaren zeventig toen het minderhedenbeleid gericht was
op persoonlijk welzijn en meer in het bijzonder op de mogelijkheid
hier de eigen culturele identiteit te beleven. Niet spreken van de
Nederlandse taal door allochtonen werd algemeen als verschoonbaar
gezien. Het credo was: ‘integratie met behoud van eigen taal
en cultuur’. Die zijn goed voor het gevoel van eigenwaarde
en dat bevordert de integratie, zo luidde de beleidsopvatting. Het
werd wenselijk geacht voor anderstaligen de toegankelijkheid tot
basisvoorzieningen te bevorderen via tolkdiensten.
Daar denken we tegenwoordig anders over. Het spreken van de Nederlandse
taal is een absolute voorwaarde om met succes een plek in onze samenleving
te vinden. Anders is de kans groot dat de achterstandspositie van
migranten van generatie tot generatie wordt doorgegeven.
Als ouders onvoldoende taalvaardig zijn, kunnen ze kun kinderen moeilijk
voorbereiden op de eisen die de samenleving stelt.
Het kabinet wil daarom meer samenhang aanbrengen in het beleid tussen
inburgering, verwerving van taalvaardigheid en het beschikbaar stellen
van tolk- en vertaaldiensten. Om als burger volwaardig te kunnen
deelnemen aan de samenleving is het nodig dat men de Nederlandse
taal spreekt. Bij het integratiebeleid ligt daarop ook het accent.
Het kosteloos beschikbaar stellen van tolk- en vertaaldiensten geeft
wat dat betreft een verkeerd signaal. Het kabinet meent daarom dat
hier een beter evenwicht tussen rechten en plichten wenselijk is.
Het integratiebeleid gaat uit van de eigen verantwoordelijkheid om
in taalvaardigheid te investeren. Dit betekent dat zij die zich hier
niet voor inspannen met de financiële gevolgen worden geconfronteerd
en voor de kosten van uw werkzaamheden zullen moeten gaan betalen.
Ik weet niet of deze mededeling u teleur of juist gerust stelt.
De nieuwe regeling brengt geen verandering in het recht van vreemdtaligen
op kostenloze bijstand van een tolk of vertaler bij strafrechtelijke
procedures. Dit recht is in verschillende verdragsbepalingen verankerd.
Hiermee kom ik op de positie van tolk en vertaler bij de opsporing
en vervolging van strafbare feiten.
In de zaak Kamasinski heeft het Hof voor de Rechten van de Mens
gesteld dat de bijstand van een tolk of vertaler een recht is dat
iedere verdachte toekomt, die de taal in het land van berechting
niet machtig is. Volgens het Hof is de overheid verantwoordelijk
voor de schepping en instandhouding van een systeem waarbinnen in
strafzaken kostenloze tolkenbijstand is gegarandeerd. In de zaak
Artico tegen Italië heeft het Hof dat wat de kwaliteit betreft,
beperkt tot een inspanningsverplichting (de Staat is niet aansprakelijk
voor elk gebrek, maar de overheid is wel gehouden een effectief systeem
van tolkenbijstand in stand te houden).
Deze uitspraken zijn in Nederland niet onopgemerkt gebleven. Een
commissie onder voorzitterschap van de oud-president van de Hoge
Raad, mr. Moons, heeft voorstellen gedaan inzake de kwaliteit van
het werk van tolken en vertalers in strafzaken. Op basis van die
voorstellen en de aanbevelingen van zowel de Nationale Ombudsman
als de Werkgroep Tolk- en vertaaldiensten, werken wij nu aan een
kwaliteitsbeleid voor tolken en vertalers die optreden voor de politie,
bij de gerechten en de IND. Een belangrijk punt daarbij is dat het
voor de afnemers van uw diensten praktisch onmogelijk is te bepalen
of een tolk of vertaler over voldoende niveau en deskundigheid beschikt
om zijn werkzaamheden naar behoren te verrichten. We moeten er nu
maar op vertrouwen dat het goed zit en met zo’n onduidelijke
situatie is niemand gediend. De deskundigheid van de deskundige laat
zich nu eenmaal door diegene - die van die zelfde deskundigheid afhankelijk
is - lastig meten. Daarvoor is meer nodig. Uiteraard opleiding en
training, maar ook een transparante vorm van kwaliteitsborging.
Zowel wat betreft opleiding, training als kwaliteitsborging reken
ik op een grondige aanpak door uw nieuwe branchevereniging. Als ik
het scherp - maar niet unfair bedoeld - zeg, incidenten als zaken
over gebrekkige vertalingen of onjuiste vertolkingen waar de Nationale
Ombudsman en de strafrechter recentelijk de vinger op hebben gelegd,
ondermijnen de betrouwbaarheid en het imago van uw beroepsgroep en
het vertrouwen in uw professionele attitude. Ik verwacht daarom dat
uw nieuwe branchevereniging het op het punt van de kwaliteitszorg
er niet bij laat zitten. Een slechte vertaling of onjuiste vertolking
kan enorme gevolgen hebben. Het kan er in laatste instantie op uitkomen
dat een recht wordt ontzegd. Dat betekent dat een professionele,
betrouwbare en integere beroepshouding als eerste punt op de agenda
van uw vereniging hoort staan. Ook initiatieven aangaande zaken als
opleiding, stage en kwaliteitstoetsing moeten wat mij betreft in
eerste instantie bij de beroepsgroep zelf liggen. In deze context
verwacht ik van uw vereniging dan ook een deskundige en constructieve
inbreng in de Commissie Kwaliteitseisen tolken- en vertalers. Deze
commissie onder leiding van de oud-president van het Gerechtshof
Den Bosch, mr. Jurgens, krijgt tot taak de kwaliteitseisen (basiscompetenties)
voor tolken en vertalers te formuleren die justitiële diensten
minimaal voor een goede taakvervulling nodig hebben. Deze kwaliteitseisen
gaan dienen als voorwaarden voor de opname in een landelijk kwaliteitsregister.
De vorming van zo’n kwaliteitsregister is indertijd door de
Commissie Moons voorgesteld en wordt in het Groenboek inzake procedurele
waarborgen voor de verdachte in strafzaken, ook door de Europese
Commissie bepleit.
Kwaliteitseisen formuleren betekent: normering van de minimumeisen
of kerncompetenties. Het gaat dan om kennis, vaardigheden en beroepshouding
(attitude). Bij die normering vragen drie aspecten in het bijzonder
aandacht:
1. Allereerst de vraag welke opleiding of training gevolgd moeten
zijn wat betreft spreek- en luistervaardigheid in het Nederlands
en de vreemde taal waarin getolkt wordt, schrijfvaardigheid, terminologie,
vertaalkunde, rechtskennis en beroepsethiek.
2. Het tweede punt is de toelating tot de praktijk. De ervaring leert
dat het tolken in de rechtszaal of bij een verhoor op het politiebureau
vaardigheden vergt die men alleen in de praktijk goed onder de knie
krijgt. Net als bij veel andere beroepen zal daarom goed moeten worden
nagedacht over een vorm van stage die aan de toelating tot de praktijk
vooraf gaat.
3. Een derde punt betreft de vraag hoe in de dagelijkse praktijk
te toetsen of volgens de geformuleerde eisen wordt gewerkt.
Deze drie aspecten zijn ook van belang voor de werking van de Wet
op de beëdigde vertalers. De kwaliteitseisen die deze uit 1878
daterende wet stelt, omvatten natuurlijk niet alle inzichten en eisen
die we vandaag de dag aan complexe vertaalwerkzaamheden moeten stellen.
Daar zullen we zeker dus wijzigingen in moeten aanbrengen. Bij die
herziening van de Wet op de beëdigde vertalers komen natuurlijk
ook onze huidige beleidsinzichten inzake de tolken aan de orde evenals
de rol die uw branchevereniging bij de concrete vormgeving daarvan
kan spelen.
Een ander aspect waar ik uw nieuwe branchevereniging nadrukkelijk
op aanspreek betreft de noodzaak de integriteit te borgen. Tolken
en vertalers kijken dagelijks bij Justitie in de keuken en hebben
zo kennis van buitengewoon vertrouwelijke gegevens. Denkt u maar
aan het vertalen van afgeluisterde telefoongesprekken of het tolken
bij een verhoor bij de rechter-commissaris in een zaak met meerdere
verdachten. Dat zijn situaties waarbij met het eventueel doorspelen
van informatie niet alleen de opsporing en vervolging van ernstige
strafbare feiten gevaar zou kunnen lopen, maar ook de fysieke veiligheid
van medewerkers van politie en justitie in het geding kan zijn.
U bent niet afhankelijk van degene voor wie u vertaalt, maar deze
is van u afhankelijk. Niettemin zijn er incidenten die op het tegendeel
lijken te wijzen. Die wekken op zijn minst de indruk dat niet elke
tolk en vertaler ongevoelig is voor druk van degene ten behoeve waarvan
u de communicatie verzorgt. Waarbij ik niet misken dat uw positie
af en toe moeilijk is en dat u soms aan onacceptabele druk bloot
staat.
U dient echter te beseffen dat de maatschappij over uw schouder meekijkt.
Wij moeten erop kunnen vertrouwen dat tolken en vertalers onkreukbaar
en integer zijn. De werkzaamheden in het justitiële domein stellen
hoge eisen aan uw professionele attitude. Integriteit maakt daarvan
een onlosmakelijk deel uit.
Een goede borging van integriteit dient naar mijn mening niet in
de eerste plaats op regelgeving te zijn gebaseerd. Van belang is
het proces van integriteitbevordering. Dat proces zal toch vooral
binnen uw branchevereniging vorm moeten krijgen. Daarvoor is nodig
dat u met elkaar discussieert over wat in concrete praktijksituaties
integer is en wat niet. Hoe gaan we om met schriftelijke, mondelinge
of digitale informatie van vertrouwelijke aard? Wanneer kunnen privé-relaties
gaan botsen met professioneel functioneren? Wat kan wel en wat kan
niet in de omgang of samenwerking met rechters, officieren van Justitie,
de politie of advocaten? Kortom, het is van belang dat u binnen uw
vereniging ethische dilemma’s communiceert en bespreekbaar
maakt.
Dames en heren, David Mellinkoff schreef in 1963 als eerste zin
van zijn standaardwerk The language of the Law “Law is a profession
of words”.
Deze zin vat de wereld waarin gerechtstolken en vertalers moeten
opereren uitstekend samen. Ons juridisch systeem bestaat in en door
taal en de wet is ondenkbaar zonder taal. Alle procedures worden
gevoerd via de taal. De medische wereld bedient zich van apparatuur
en medicijnen, voor de jurist is taal het voornaamste gereedschap.
De verwoording van feiten door advocaten en rechters kan mensen vrijspreken
of tot gevangenisstraf veroordelen. Taal heeft binnen het recht een
bijna magisch karakter. Of, zoals Prof. Van Dunné het omschreef
in het boek ‘De magie van het woord’:
“
De juristen vormen een groep die bij hanteren van woorden maatschappelijk
ingrijpende, direct werkende gevolgen teweeg brengen. Op een juristenwoord
gaan deuren open of dicht, van gevangenissen, fabrieken of kluizen.”
In zo’n omgeving als tolk of vertaler goed te functioneren
is geen sinecure. “Verstaanbaar recht in een verstaanbare taal:
het was eens en het blijft nog vele eeuwen een sprookje als na te
jagen ideaal” zo luidde vijftien jaar geleden een wel erg sombere
conclusie van een beschouwing over de positie van de vreemdtalige
in de rechtszaal. Ik hoop – en verwacht - dat uw branchevereniging
ertoe zal bijdragen dat dat ideaal dichterbij zal komen. We zijn
van elkaar afhankelijk om een goede rechtsbedeling te verzekeren,
onafhankelijk van taalbarrières of culturele grenzen.
