| |
Besluit van 27 november 1963, houdende
vaststelling van tarieven voor vergoedingen als bedoeld in
de artikelen 3, 4, 6, 7, 17 en 18 van de Wet tarieven in strafzaken
(Besluit tarieven in strafzaken [Versie
geldig vanaf: 01-01-2002])
Geschiedenis: Staatsblad 1998, 340;Staatsblad
2001, 325;Staatsblad 2001, 415;Staatsblad 2001, 600;Staatsblad
2001, 614;Staatsblad 2001, 666
Wij JULIANA, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden,
Prinses van Oranje-Nassau, enz., enz., enz.
Op de voordracht van Onze Minister van Justitie van 29 oktober
1963, Stafafdeling Wetgeving Nr. 321/663;
Gelet op de artikelen 3, 4, 6, 7, 17 en 18 van de Wet tarieven
in strafzaken (Wet van 28 maart 1963, Stb. 130);
De Raad van State gehoord (advies van 13 november 1963, nr.
25);
Gezien het nader rapport van Onze Minister van Justitie van
20 november 1963, Stafafdeling Wetgeving, nr. 359/663;
Hebben goedgevonden en verstaan:
Artikel 1
1. Voor werkzaamheden, als bedoeld in artikel
3, lid 1, sub a, van de Wet tarieven in strafzaken, zijn vergoedingen
verschuldigd berekend naar de volgende tarieven:
I. aan artsen, tot uitoefening
van de praktijk in Nederland bevoegd voor
a. psychiatrisch onderzoek, inclusief het
opmaken van een rapport, naar gelang van de uitgebreidheid
der gegeven motivering f 688,- - f 861,-,
indien het onderzoek omvangrijker is dan normaal, na overleg
met de opdrachtgever, ten hoogste f 1284,70;
b. onderzoek van een geestelijk gestoorde
en afgifte van een verklaring, benodigd voor gedwongen opneming
van de patiënt in een inrichting voor geestelijk gestoorden
f 116,60;
c. onderzoek en afgifte van een verklaring
omtrent de conclusies van dat onderzoek door een controlerend
arts of een rayonarts f 20,05,
indien het onderzoek met spoed moet worden verricht f 39,15;
d. inwendige lijkschouwing, inclusief histologisch
en bacteriologisch onderzoek, de daarvoor vereiste benodigdheden
en het opmaken van een rapport f 399,50;
e. uitwendige lijkschouwing, inclusief het opmaken van een
rapport f 49,75;
f. uitwendige lijkschouwing, voor zover betreft
het opmaken van een verslag met aandachtspunten naar aanleiding
van een melding van een geval van uitvoering van euthanasie
of hulpverlening bij zelfdoding door een gemeentelijke lijkschouwer
f 250.
II. aan vertalers voor
vertalingen uit of in
a. het frans, duits en engels f 1,70 per
regel
b. andere talen f 2,60 tot f 3,65 per regel
Hetgeen voor de kantlijn staat, wordt gerekend bij de regel,
waar het naast staat.
III. Aan tolken afhankelijk
van de taal, vakbekwaamheid en de duur van de werkzaamheden
tenminste f 10,- per uur en ten hoogste f 116,60 per uur.
IV. voor werkzaamheden,
waarvoor geen speciaal tarief is bepaald, naar gelang de werkzaamheden
niet, of in mindere of meerdere mate van wetenschappelijke
of bijzondere aard zijn,
ten minste f 10,- per uur
en ten hoogste f 116,60 per uur,
met dien verstande dat
a. voor verrichtingen van medische aard de
vergoedingen worden berekend volgens door Onze Minister van
Justitie vast te stellen tarieven;
b. voor verpleging in een inrichting tot
verpleging of genezing de vergoedingen worden berekend naar
de daarvoor geldende tarieven derde klas.
2. Deze tarieven worden
met de helft verhoogd voor werkzaamheden, die ingevolge het
daartoe strekkende verzoek of de gegeven opdracht moeten worden
verricht op:
a. zaterdag;
b. zondag;
c. een in artikel 3 van de Algemene termijnenwet genoemde
algemeen erkende feestdag of een bij of krachtens dat artikel
daarmede gelijkgestelde dag;
d. een andere dag, dan onder a-c omschreven,
tussen 0 en 8 of 20 en 24 uur.
3. Onze Minister van Justitie
kan nadere regelen stellen.
Artikel 2
1. Wegens tijdverzuim, als bedoeld in artikel
3, lid 1, sub b, van de Wet tarieven in strafzaken, zijn vergoedingen
verschuldigd berekend naar de volgende tarieven:
I. aan artsen tot uitoefening van de praktijk
in Nederland bevoegd f 83,40 tot f 116,60 per uur
II. Aan vertalers en tolken afhankelijk van
de taal, de vakbekwaamheid en de duur van het tijdverzuim
tenminste f 10,- per uur en ten hoogste f 116,60 per uur.
III. aan andere personen, aan wie werkzaamheden
zijn opgedragen, naar gelang de werkzaamheden niet, of in
mindere of meerdere mate van wetenschappelijke of bijzondere
aard zijn, ten minste f 10,- en ten hoogste f 116,60 per uur.
IV. aan getuigen, met uitzondering van minderjarigen,
die geen inkomsten derven, aan voogden, die wegens een strafzaak
tegen een onder hun gezag staande minderjarige ingevolge het
Wetboek van Strafvordering moeten worden opgeroepen, aan curatoren,
bij toepassing van artikel 509d van het Wetboek van Strafvordering,
aan noodzakelijke geleiders van de bovengenoemde personen,
van personen aan wie werkzaamheden zijn opgedragen, van verdachten
en van gerekwestreerden f 10,30 per uur.
2. De in het eerste lid
bedoelde vergoeding komt voor de tijd aan de reis besteed
niet toe aan artsen, vertalers, tolken en andere personen,
aan wie werkzaamheden zijn opgedragen van wetenschappelijke
of bijzondere aard.
3. Onze Minister van Justitie
kan nadere regelen stellen.
Artikel 3
1. Voor een gedeelte van een uur gelijk aan
een half uur of korter is de halve uurvergoeding verschuldigd,
voor een gedeelte langer dan een half uur is de hele uurvergoeding
verschuldigd.
2. Per dag is voor tijdverzuim ten hoogste
een vergoeding voor 9 uren verschuldigd.
Artikel 4
1. Voor met het tijdverzuim verband houdende
noodzakelijke kosten wordt vergoeding gegeven tegen overlegging
van een bewijs van betaling.
2. Indien vergoeding wordt toegekend voor
een plaatsvervanger, wordt de voor tijdverzuim toe te kennen
vergoeding daarop in mindering gebracht.
Artikel 5
1. Voor een lokaliteit, beschikbaar gesteld
door een gemeente ingevolge een verzoek als bedoeld in artikel
4 van de Wet tarieven in strafzaken is, indien de vergoeding
voor het gebruik van die lokaliteit in een plaatselijke belastingverordening
is geregeld, een vergoeding overeenkomstig die verordening
verschuldigd. In andere gevallen is een vergoeding verschuldigd,
berekend naar het plaatselijk gangbare tarief per tijdsduur
of per binnengebrachte gewonde of binnengebracht lijk. Is
dit tarief verschillend naar gelang van een klasse-indeling,
dan wordt de vergoeding berekend naar het tarief voor de laagste
klasse. Bij vergoeding volgens dagtarief is voor beschikbaarstelling
gedurende 6 uur of korter de halve dagprijs, voor meer dan
6 uren de hele dagprijs verschuldigd.
2. Bijkomende kosten kunnen overeenkomstig
plaatselijk gebruik worden vergoed.
Artikel 6
1. Voor reis- en verblijfkosten als bedoeld
in artikel 6 van de Wet tarieven in strafzaken zijn vergoedingen
verschuldigd berekend naar de volgende tarieven:
I. aan personen, als bedoeld in artikel 2,
lid 2 f 3,40 per retourkilometer; het aantal retourkilometers
wordt berekend naar de kortste reisroute, met dien verstande
dat voor de eerste 4 retourkilometers geen vergoeding wordt
gegeven.
II. aan personen, aan wie op grond van artikel
3, derde lid, sub c, d en e, van de Wet tarieven in strafzaken
geen vergoeding wegens tijdverzuim toekomt, ... op de voet
van het Reisbesluit 1971
III. aan personen, aan wie werkzaamheden
zijn opgedragen, die niet van wetenschappelijke of bijzondere
aard zijn, aan getuigen, aan voogden die wegens een strafzaak
tegen een onder hun gezag staande minderjarige ingevolge het
Wetboek van Strafvordering moeten worden opgeroepen, aan curatoren,
bij toepassing van artikel 509d van het Wetboek van Strafvordering,
en aan noodzakelijke geleiders van deze personen, van personen
aan wie werkzaamheden zijn opgedragen, van verdachten en van
gerekwestreerden. de reiskosten per openbaar middel van vervoer,
laagste klasse, alsmede verblijfkosten tot ten hoogste f 83,40
per dag, met inbegrip van overnachting; een taxi wordt niet
aangemerkt als openbaar middel van vervoer.
2. Voor het gebruik van een bijzonder middel
van vervoer in de in artikel 7 van de Wet tarieven in strafzaken
bedoelde gevallen is een vergoeding verschuldigd, berekend
naar de werkelijke kosten, tegen overlegging van een bewijs
van betaling. Voor het gebruik van een eigen auto wordt ten
hoogste f 0,60 per kilometer vergoed.
3. Vergoeding voor reis- en verblijfkosten
wordt niet meer dan éénmaal toegekend, ook al
wordt de reis gemaakt ten behoeve van verschillende zaken.
Artikel 7
Tot de in artikel 2 van de Wet tarieven in strafzaken bedoelde
buitengewone, bij en krachtens deze wet niet voorziene kosten
worden gerekend vergoedingen voor werkzaamheden, verricht
door, wegens tijdverzuim en daarmede verband houdende noodzakelijke
kosten en voor reis- en verblijfkosten van personen, ten aanzien
van wie in verband met hun verblijf buitenslands moet worden
afgeweken van de tarieven, vervat in de artikelen 1-4 en 6.
Artikel 7a
De bedragen in dit besluit genoemd, worden verhoogd met de
omzetbelasting, die daarover is verschuldigd.
Artikel 8
1. Aan personen, die niet in staat zijn de
kosten voor de te maken reis te betalen, kan op hun verzoek
door de griffier, belast met de betaling van de vergoeding
waarop deze personen recht zullen hebben op grond van artikel
6 of 7, een voorschot op de vergoeding worden verleend.
2. Het voorschot wordt met de toe te kennen
vergoeding verrekend.
Artikel 9
1. Behalve in de gevallen, bedoeld in artikel
17, tweede lid, van de Wet tarieven in strafzaken, wordt bovendien
geen recht geheven voor:
a. het geven van inzage van vonnissen, arresten,
registers of andere stukken, waarvan kennisneming geoorloofd
is, of voor het verstrekken van inlichtingen aan de verdachte,
de gewezen verdachte, de gerekwestreerde, de gewezen gerekwestreerde,
de beledigde partij - ook indien deze zich niet in de strafzaak
voegt doch dan slechts voorzover hij belang heeft bij de gewenste
gegevens, hij deze niet op andere wijze kan verkrijgen en
hij niet in staat is enig recht te betalen -;
b. het verstrekken van afschriften van of
uittreksels uit vonnissen, arresten, registers of andere stukken,
waarvan kennisneming geoorloofd is, aan de verdachte, de gewezen
verdachte, de gerekwestreerde, de gewezen gerekwestreerde,
de beledigde partij - ook indien deze zich niet in de strafzaak
voegt -, voor zover zij daarbij belang hebben, niet op andere
wijze in de behoefte kunnen voorzien en niet in staat zijn
enig recht te betalen.
2. Aan de advocaat of de gemachtigde van
de in het eerste lid bedoelde personen wordt evenmin recht
in rekening gebracht in de gevallen, waarin deze personen
geen recht verschuldigd zijn.
3. In de overige gevallen wordt door de griffier
een recht berekend van:
a. f 7,- per aanvrage, voor inzage van en
voor het verstrekken van afschriften van en uittreksels en
inlichtingen uit vonnissen, arresten, registers of andere
stukken, waarvan kennisneming geoorloofd is, betrekking hebbende
op één zaak, tenzij de aanvrager recht heeft
op kosteloze inzage van of inlichtingen uit de desbetreffende
stukken;
b. f 0,40 per bladzijde voor afschriften
van de onder a vermelde stukken, tenzij ingevolge enig wettelijk
voorschrift een lager bedrag moet worden berekend.
Indien op een aanvrage om inzage, afschriften of inlichtingen
afwijzend moet worden beschikt, omdat geen inzage mag worden
verleend, of geen inlichtingen of afschriften mogen worden
verstrekt, is geen recht verschuldigd.
4. Tegen een weigering van de griffier tot
toepassing van het eerste of het tweede lid en tegen een beschikking
op grond van het derde lid, kan de belanghebbende schriftelijk
bezwaar indienen bij de voorzieningenrechter van het gerecht
en indien het de Hoge Raad betreft, bij de president van de
Hoge Raad. De artikelen 10 tot en met 13 van de Wet tarieven
in strafzaken zijn van overeenkomstige toepassing.
5. Onze Minister van Justitie is bevoegd,
te bepalen dat voor door hem aan te wijzen doeleinden van
algemeen belang niet getekende afschriften en uittreksels
kunnen worden afgegeven, inzage kan worden verleend en inlichtingen
kunnen worden verstrekt tegen betaling van een door hem aan
te geven lager recht, dan het in het derde lid genoemde of
zonder betaling van enig recht.
6. Onze Minister van Justitie kan nadere
regelen stellen.
Artikel 10
Voor het uitbrengen van exploiten ingevolge bijzondere wetten
is aan de deurwaarders een vergoeding verschuldigd, berekend
naar de in het Besluit tarieven ambtshandelingen gerechtsdeurwaarders
bepaalde tarieven met dien verstande dat het tarief voor het
uitreiken van gerechtelijke stukken EUR 46,58 bedraagt.
Artikel 11
Dit besluit kan worden aangehaald als Besluit tarieven in
strafzaken.
Artikel 12
[Bevat wijzigingen in andere regelgeving.]
Artikel 13
[Bevat wijzigingen in andere regelgeving.]
Artikel 14
Dit besluit treedt in werking op een door Ons te bepalen tijdstip.
Onze Minister van Justitie is belast met de uitvoering van
dit besluit, dat in het Staatsblad zal worden geplaatst en
waarvan afschrift zal worden gezonden aan de Raad van State
en aan de Algemene Rekenkamer.
Soestdijk, 27 november 1963
JULIANA.
De Minister van Justitie,
Y. SCHOLTEN.
Uitgegeven de negenentwintigste november
1963.
De Minister van Justitie,
Y. SCHOLTEN.
|
|